Komt er binnenkort een einde aan de ‘slapende’ arbeidsovereenkomsten?

Slapende dienstverbanden: arbeidsovereenkomsten die formeel nog bestaan als een werknemer langer dan twee jaar arbeidsongeschikt is door ziekte. De werkgever heeft dan geen loondoorbetalingsverplichting meer en de werknemer ontvangt vaak een uitkering via het UWV. In feite is de arbeidsovereenkomst een ‘lege dop’. Veel werkgevers laten deze arbeidsovereenkomst toch voortduren, omdat bij een beëindiging daarvan er een transitievergoeding verschuldigd is. Werkgevers omzeilen zo een (grote) som geld die ze moeten betalen.

Al langere tijd is er discussie of dit soort dienstverbanden nu wel of niet mogen. Tot nu toe was hier geen duidelijke lijn in. Inmiddels zijn er echter ‘prejudiciële vragen’ hierover gesteld; vragen aan de Hoge Raad. De verwachting is dat er binnenkort een antwoord komt vanuit de Hoge Raad wat meer duidelijkheid moet geven over de geoorloofdheid om zogenaamde ‘slapende’ dienstverbanden te laten voortduren. Zowel voor werkgevers als werknemers kan dit gevolgen hebben.

Zodra de beantwoording door de Hoge Raad er is, zullen wij u hiervan op de hoogte brengen via onze site.

Heeft u of als werkgever of als werknemer te maken met zo’n ‘slapend’ dienstverband en wil u daar meer over weten? Neem dan gerust contact op met mr. M.N. van Geenen van ons kantoor.

Stalkende privédetectives

Er zijn vele tv-programma’s die gebruik maken van privédetectives die de presentator ondersteunen bij het doen van onderzoek. Vaak volgt aan het einde van zo’n programma een confrontatie met degene die in de aflevering is onderzocht. Het is echter onduidelijk wat een privédetective nu precies wel en niet mag. Een recente zaak geeft hier echter (beperkt) antwoord op.

Inzet van een peilzender door een privédetective
In een recente zaak is cliënt gedurende anderhalve maand gevolgd door een privédetective van een recherchebureau dat was ingeschakeld door SBS voor een televisieprogramma. Bij deze observatie is gebruik gemaakt van een peilzender onder een auto. De vraag die in de zaak werd gesteld was: mag dit eigenlijk wel?

Verkregen bewijs onrechtmatig?
De verdediging meent dat dit niet is toegestaan, zelfs als de privédetective een vergunning heeft. Deze vergunning is slechts afgegeven voor bepaalde recherchewerkzaamheden. De privédetective dient zich hierbij te houden aan een zogenaamde Privacygedragscode waarin is bepaald dat het plaatsen van een peilbaken niet mag onder een privévoertuig, zoals het voertuig in deze zaak.

De rechtbank bevestigt dit standpunt. Er bestaat geen andere bevoegdheid waaruit is af te leiden dat de privédetective gebruik had mogen maken van een peilzender. De conclusie is dan ook dat het een privédetective niet is toegestaan om een peilzender aan te brengen onder een privévoertuig.

Mag het OM dit bewijs gebruiken?
De vraag die hierna gesteld moet worden is of het OM het bewijs van de peilzender dan ook niet mag gebruiken. Dit is niet automatisch zo. Het maakt voor deze vraag uit of de politie of het OM bemoeienis hebben gehad met de onrechtmatigheid dan wel dat het bewijs hen in de schoot is geworpen.

In het eerste geval is het gebruik van het onrechtmatig verkregen bewijs niet toegestaan. In het laatste geval is het gebruik volgens de rechtbank slechts onrechtmatig indien het verkrijgen van het bewijs ‘een zodanige schending vormt van een (belangrijk) strafvorderlijk voorschrift of rechtsbeginsel dat het resultaat daarvan niet kan meewerken tot het bewijs.’.  

De verdediging betoogde dat alle peilbakengegevens uitgesloten dienden te worden uitgesloten van het bewijs. De rechtbank oordeelde echter dat er peilbakengegevens op eigen initiatief zijn overhandigd door de privédetective en dat deze gegevens mochten worden gebruikt als bewijs. Dit geldt niet voor de peilbakengegevens die door de politie bij het recherchebureau zijn opgevraagd.

Conclusie
Het is dus onrechtmatig als een burger een peilbaken onder een privévoertuig aanbrengt, zelfs indien het gaat om een privédetective met een vergunning. Hier bestaat geen uitzondering op. Het gebruik van dit onrechtmatig verkregen bewijs hangt echter af van de vraag of de politie of het OM enige rol heeft gespeeld. Volgens de rechtbank is dit ook het geval als de politie om het bewijs heeft gevraagd. Tegen het vonnis van de rechtbank is inmiddels hoger beroep ingesteld. Wordt vervolgd…

Zie: Rb. Oost-Brabant 22 juli 2019, ECLI:NL:RBOBR:2019:4350.

In memoriam – Derk Wiersum

Ook bij ons op kantoor hangt de vlag vandaag halfstok. We zijn geschokt door de liquidatie van collega‑advocaat Derk Wiersum. Met het doodschieten van een collega heeft de criminaliteit in Nederland een ongekend dieptepunt bereikt. Het is een regelrechte aanval op de rechtsstaat. Dat geldt voor alle partijen zoals rechters, officieren van justitie, advocaten, politie en journalisten. Het is triest dat iemand in de uitoefening van zijn werk als advocaat om het leven wordt gebracht. Wij moeten ons werk te allen tijde in vrijheid en veiligheid kunnen doen. Onze gedachten gaan uit naar zijn familie en naasten.

Aftrekbaarheid partneralimentatie verminderd: reden voor wijziging?

Morgen is de dag van de scheiding. Een dag waarop even extra wordt stilgestaan bij de betekenis en de gevolgen van een echtscheiding. Eén van die gevolgen is partneralimentatie. Een onderwerp dat continu in beweging is en dat echtscheidingsadvocaten flink bezighoudt. De wet Herziening Partneralimentatie komt er bijvoorbeeld aan (lees hier een eerdere blog hierover). Maar er gaat nog iets veranderen: de fiscale aftrekbaarheid van partneralimentatie. Hoe zit dat?

Bruto partneralimentatie
Partneralimentatie wordt altijd bruto betaald en ontvangen. Degene die betaalt kan dit aftrekken bij de Belastingdienst en voor de ontvanger wordt partneralimentatie gerekend tot inkomen. Het vastgelegde bedrag is dan ook altijd een brutobedrag. Hoeveel er kan worden afgetrokken is afhankelijk van de hoogte van het inkomen van de betaler. Veelal staat dit gelijk aan 52% belastingaftrek.  

Wijziging aftrekbaarheid
Vanaf 1 januari 2020 gaat de aftrekbaarheid veranderen. Het kabinet gaat de aftrekbaarheid jaarlijks verlagen van 52% in 2019 naar 37,05% in 2023. Dit betekent dus dat er netto steeds meer partneralimentatie wordt betaald. Voor de betaler wordt de partneralimentatie dus feitelijk duurder.

Wijziging partneralimentatie
Betekent dit nu dat de betaler maar moet accepteren dat de (netto) alimentatie hoger wordt? Nee, dat niet. Het wijzigen van het fiscale stelsel is reden voor wijziging van de partneralimentatie. Daarbij blijft de netto partneralimentatie weliswaar gelijk, maar wordt de bruto partneralimentatie verlaagd. Het te betalen (bruto) bedrag wordt dan dus lager.

Dit betekent wel dat het bedrag de komende jaren ieder jaar moet worden aangepast. De aftrekbaarheid wordt immers jaarlijks verlaagd tot 2023. Indien er nu nog afspraken gemaakt moeten worden is het verstandig om in het echtscheidingsconvenant op te nemen dat er jaarlijks opnieuw berekend wordt wat de bruto alimentatie gaat worden.

Vicieuze cirkel?
De maatregel maakt onderdeel uit van het Belastingplan van het kabinet. Het heeft echter veel weg van ‘schuiven met geld’. Lagere bruto partneralimentatie voor de betaler, betekent minder inkomen voor de ontvanger. Minder inkomen betekent meer toeslagen en op die manier is de cirkel weer rond. In hoeverre het dus echt een besparing gaat opleveren is de vraag. Het zal wel leiden tot de nodige alimentatiezaken is de verwachting.

Het familierecht blijft continu in beweging. Onze familierechtadvocaten zorgen dat zij op de hoogte blijven van actuele ontwikkelingen en wijzigingen. Zij staan u dan ook graag bij in het kader van de wijziging van partneralimentatie. Neem gerust contact op via 077-3511042 of info@lina-advocaten.nl.

Vingerscan in strijd met AVG: werknemer mag scan weigeren

De kantonrechter Amsterdam heeft onlangs een interessante uitspraak gedaan over de toelaatbaarheid van een vingerscan op het werk.

In de uitspraak oordeelt de rechter dat de invoering van een vingerautorisatiesysteem in strijd is met de AVG. Door deze scan kunnen werknemers van Manfield slechts toegang verkrijgen tot het kassasysteem indien zij hun vingerafdruk scannen.

Door middel van een biometrisch gegeven als een vingerafdruk is de persoon identificeerbaar en kan hij/zij van een andere persoon worden onderscheiden. Algemeen uitgangspunt is dat er een verbod geldt voor verwerking van biometrische gegevens.

Dit verbod is niet van toepassing wanneer de verwerking noodzakelijk is voor authenticatie of beveiligingsdoeleinden. Uiteraard staat het Manfield vrij om op te treden tegen fraude, maar zij dient daarbij de AVG in acht te nemen. Naar het oordeel van kantonrechter is dat niet het geval nu dit type bedrijfsbelang niet is aan te merken als ‘noodzakelijk voor authenticatie- of beveiligingsdoeleinden’.

Daar komt bij dat Manfield andere mogelijkheden, zoals het een toegangspas, werknemerspas en/of cijfercodes, al dan niet in combinatie met elkaar, onvoldoende had onderzocht.

Lees hier de volledige uitspraak van de Rechtbank Amsterdam van 12-08-2019

Wet arbeidsmarkt in balans (WAB) komt eraan!

Opnieuw komt er een verandering in de arbeidswetgeving: de ‘Wet arbeidsmarkt in balans (WAB)’ is goedgekeurd door de Eerste Kamer en zal vanaf 1 januari 2020 ingaan. Hierna volgen in vogelvlucht de hoofdlijnen van deze Wet en de verschillen met de huidige wetgeving.


Eenvoudiger ontslag
Voorheen was een optelsom van verschillende ontslaggronden niet voldoende om tot ontslag van een medewerker te komen. De WAB voegt echter een ontslaggrond toe; de ‘cumulatiegrond’, waarmee een optelsom van omstandigheden wel genoeg kan zijn voor ontslag.


Vanaf dag 1 transitievergoeding
Op dit moment is een transitievergoeding pas verschuldigd op het moment dat een werknemer langer dan twee jaar in dienst is. Dat gaat veranderen. Met de WAB krijgen werknemers vanaf de eerste dag recht op een transitievergoeding (ontslagvergoeding), ook tijdens de proeftijd. Het ontslag van werknemers met een kort dienstverband, wordt dus duurder.


Ketenbepaling weer terug naar drie jaar
De opeenvolging van tijdelijke contracten (de ketenbepaling) wordt verruimd. Nu is het nog mogelijk om aansluitend drie contracten in maximaal twee jaar aan te gaan. Dit wordt verruimd naar drie contracten in drie jaar. In feite wordt de situatie hiermee teruggedraaid naar de wetgeving voor de vorige grote verandering (de Wet Werk en Zekerheid). Het is mogelijk om hierover in de cao andere afspraken te maken.


Pauze tussen contracten verkorten per cao
De pauzetermijn tussen opeenvolgende contracten waarbij de keten niet wordt doorbroken, blijft zes maanden. Wel is het mogelijk om de pauze tussen een keten tijdelijke contracten per cao te verkorten van zes naar drie maanden. Dat kan alleen voor terugkerend tijdelijk werk, dat maximaal negen maanden per jaar kan worden gedaan.


Grote verandering
Al met al zit er dus opnieuw een grote verandering aan te komen op het gebied van het arbeidsrecht, waarmee het aantrekkelijker zou moeten worden voor werkgevers om vaste contracten te geven.

Ook voor oproepkrachten/oproepovereenkomsten gaat het een en ander veranderen. Daarvan zal ik de volgende keer in mijn blog een overzicht verstrekken.

Ouderverstoting

Het is een moeilijk en pijnlijk fenomeen dat steeds meer bekendheid krijgt: het ouderverstotingssyndroom (ook bekend als PAS: Parental Alienation Syndrome). Een paar jaar geleden was het nog een leeg begrip dat slechts door enkele mensen geroepen werd en waarmee niets werd gedaan, maar inmiddels krijgt het steeds meer aandacht en ondernemen ook rechters steeds vaker actie.

Wat is het?

Ouderverstoting doet zich vooral voor bij vechtscheidingen. De verzorgende ouder is openlijk negatief over de niet‑verzorgende ouder en op een gegeven moment wordt dit overgenomen door de kinderen. Dit kan ertoe leiden dat de kinderen niet meer naar de andere ouder willen. Uiteindelijk gaat het kind zelf geloven dat de andere ouder slecht is en dat leidt meer dan eens tot het volledig verbreken van de band tussen hen. Het kind groeit op met een negatief beeld van de andere ouder en soms gaat dit heel ver. Niet alleen de band wordt dan verbroken, maar het kind draagt actief bij aan het zwart maken van de andere ouder. In een rubriek van RTL Nieuws schreef een moeder recent een anonieme brief aan haar dochter, waarin pijnlijk duidelijk wordt hoeveel invloed het heeft op de andere ouder (klik hier voor de brief). Het is echter niet alleen moeilijk voor de verstoten ouder, maar ook voor de kinderen die er slachtoffer van zijn. Villa Pinedo heeft daarover twee (inmiddels volwassen) kinderen geïnterviewd (klik hier voor het eerste verhaal en hier voor het tweede verhaal).

Ouderverstoting doet zich voor in verschillende vormen en is niet altijd bewust. In de mildere vormen kan erger worden voorkomen door het inzetten van hulpverlening en voorlichting. In de ernstige vorm zijn er vrijwel altijd alleen verliezers. Kinderen weten op dat moment niet beter dan dat de andere ouder ‘slecht’ is, dat contact niet veilig is en zullen op enig moment zelf gaan aangeven geen contact te willen. De verstotende ouder verwijst naar de wens van het kind om geen contact te hebben en de verstoten ouder zit met een onmogelijke keuze: procederen en omgang afdwingen, met het risico dat het geen zin heeft of de verstotende ouder nog meer munitie geeft om het kind te beïnvloeden of niets doen en (later) het verwijt krijgen dat er nooit de moeite is genomen om contact te zoeken. Als kinderen op latere leeftijd achter de waarheid komen leidt het bovendien vaak tot een omkering: de ‘verstotende ouder’ wordt verstoten en de band met de ‘verstoten ouder’ wordt (met veel moeite) weer opgebouwd.

Hoe zit dat juridisch?

Rechters hebben vanuit de Hoge Raad de duidelijke opdracht om alle mogelijk middelen in te zetten om omgang tussen ouder en kind te bewerkstelligen. Daarbij wordt verwacht dat rechters ‘out of the box’ en desnoods vergaande middelen inzetten om omgang van de grond te krijgen.

In het geval van ouderverstoting is er helaas geen pasklare juridische oplossing. Meer dan eens is het geen ouderverstoting, maar is er daadwerkelijk iets aan de hand bij de andere ouder, waardoor de angst van een kind gerechtvaardigd is. Bovendien is het opleggen en koste wat kost afdwingen van omgang, terwijl dit tegen alles wat het kind voelt en wil ingaat, ook schadelijk voor een kind.

Al met al is het ook voor (familierecht)advocaten en rechters een moeilijke situatie. De verzorgende ouder roept dat dit de wens en wil van het kind is en dat contact gevaarlijk is, terwijl de niet‑verzorgende ouder roept dat de ander het kind tegen hem/haar opzet. Wanneer gaat het om ouderverstoting en wanneer is er echt iets zorgelijks aan de hand bij de ‘verstoten’ ouder? Wanneer is de expliciete wens van een kind wel gerechtvaardigd en wanneer komt het vanuit de verstotende ouder? Een pasklaar antwoord is er niet.

Wat te doen?

Bij ouderverstoting is het belangrijk dat er zo snel mogelijk actie wordt ondernomen. Voorlichting en actieve inzet van hulpverlening kan nog zorgen voor een ommekeer.

Bij de ernstige vorm van ouderverstoting leidt hulpverlening vaak niet zomaar tot verandering, omdat een kind blijvend negatief beïnvloed wordt en geen ruimte krijgt om een ander beeld van de verstoten ouder te krijgen. Zelfs als er hulpverlening wordt ingezet, zal verandering vrijwel onmogelijk zijn zolang de verstotende ouder in de buurt is. Iedere verbetering zal onmiddellijk weer teniet worden gedaan zodra het kind weer thuis is.

Ook rechters en gezinsvoogden beginnen hier actiever op in te springen. Dit heeft in de afgelopen tijd al meermalen geleid tot het uithuisplaatsen van kinderen. Op die manier kunnen kinderen zich ontwikkelen op een neutraal terrein en een eigen, onafhankelijk beeld vormen van de verstoten ouder.

Dit betekent natuurlijk niet dat rechters ‘zomaar’ een uithuisplaatsing uitspreken als er gesproken wordt over ouderverstoting. Een uithuisplaatsing is natuurlijk enorm ingrijpend voor kinderen en hier moet dan ook goed over nagedacht worden. Pas als alles is geprobeerd, er geen enkele andere mogelijkheid meer is en een kind schade ondervindt als hij/zij bij de verstotende ouder blijft wonen, wordt een uithuisplaatsing overwogen.

Onderneem actie

Het is dus belangrijk om als ouder bewust te zijn van de invloed die u heeft op de kinderen. Vermoedt u ouderverstoting? Trek dan op tijd aan de bel. De advocaten van Lina Advocaten helpen u hier graag bij.

Open spreekuur bibliotheek Venlo

Vanaf juni heeft Lina Advocaten van 15.00 tot 17.00 uur open spreekuur in de bibliotheek te Venlo.
Elke donderdag kunt u terecht van 15.00 tot 17.00 uur.

U kunt vrijblijvend binnenlopen als u een juridische vraag heeft. Eén van onze advocaten bekijkt dan of een direct advies kan worden gegeven of dat een verwijzing naar een andere advocaat of instantie nodig is.

Iedere donderdag van 15.00 tot 17.00 uur, Bibliotheek Venlo, Begijnengang 2 Venlo.

Duur partneralimentatie met ingang van 1 januari 2020 verkort naar 5 jaar

De Eerste Kamer heeft ingestemd met het initiatiefvoorstel Wet herziening partneralimentatie. Met ingang van 1 januari 2020 wordt de duur van de partneralimentatie de helft van de duur van het huwelijk met een maximum van 5 jaar.

Daarop zijn twee wettelijke uitzonderingen: langdurige huwelijken en huwelijken met jonge kinderen. Bij huwelijken langer dan 15 jaar, waarbij de leeftijd van de alimentatiegerechtigde ten hoogste 10 jaar lager is dan de AOW-leeftijd, is de duur van de partneralimentatie maximaal 10 jaar. Alimentatiegerechtigden van 50 jaar en ouder die langer dan 15 jaar zijn getrouwd, hebben recht op 10 jaar alimentatie. Deze extra maatregel vervalt na zeven jaren. Bij huwelijken met kinderen, die de leeftijd van 12 jaar nog niet hebben bereikt, wordt de duur van de partneralimentatie maximaal 12 jaar.

Op dit moment geldt een termijn van 12 jaar. Voor diegenen die in een echtscheidingssituatie zitten, kan het moment van scheiden dus grote invloed hebben op de duur van de partneralimentatie. Laat u daarom goed informeren en adviseren.

Even voorstellen

Hallo, mijn naam is Samuel Peute. In december 2018 ben ik afgestudeerd aan de Radboud Universiteit Nijmegen in de richting strafrecht met vakken intellectueel eigendom.

Sinds februari 2019 werk ik als juridisch medewerker bij Lina Advocaten nadat ik hier anderhalf jaar stage heb gelopen. Ik houd mij met name bezig met strafzaken, maar verricht ook werkzaamheden met betrekking tot het bestuursrecht en civiel recht.

In mijn vrije tijd maak ik graag muziek en sport ik veel.