Smartengeld voor naasten en nabestaanden

Smartengeld voor naasten, dat kenden wij niet in Nederland. Wij zijn hier sowieso niet heel gul met smartengeld, zeker ten opzichte van andere Europese landen. Was u nabestaande van een overledene, dan was er voor u helemaal niets. Het is natuurlijk niet zo dat enig bedrag het verlies van uw naaste kan goedmaken of compenseren, maar als u helemaal niets krijgt dan voelt het alsof uw verlies en verdriet niet eens worden erkend.

Op 10 april 2018 is dit veranderd. Op deze datum is het wetsvoorstel Affectieschade door de Eerste Kamer aangenomen. Naasten van personen die ernstig gewond raken of nabestaanden van overledenen hebben binnenkort (vanaf 1 januari 2019) recht op een vorm van smartengeld onder de naam “affectieschade”.

Hoeveel dan?

Het bedrag dat u krijgt wordt bepaald aan de hand van de verschillende categorieën, waarin nabestaanden en naasten vallen. De hoogte van het bedrag hangt verder af van de soort gebeurtenis. De vergoeding voor naasten of nabestaanden van een slachtoffer van een misdrijf zijn iets hoger dan bij een slachtoffer van een ongeval of een medische fout. De categorieën zijn duidelijk opgenomen in de wet, zodat altijd duidelijk is welk bedrag u dient te ontvangen. Kort gezegd liggen de vergoedingen tussen € 12.500 en € 20.000.

Wie betaalt dat?

In principe dient de aansprakelijke partij de vergoeding voor affectieschade te betalen, zoals deze ook de schade van het slachtoffer zelf moet betalen. In het geval van een verkeersongeval zal dit over het algemeen de verzekeraar zijn van degene die schuld heeft aan het ongeval. Bij een mishandeling moet de dader de vergoeding betalen. In de praktijk zal dit hetzelfde worden afgehandeld zoals nu de schade van een slachtoffer wordt geregeld.

Eindelijk…

De letselschadepraktijk pleit al jaren voor het invoeren van een regeling voor affectieschade, maar tot april 2018 heeft geen enkel wetsvoorstel de gang door de eerste en tweede kamer gered. Gelukkig is dit nu veranderd en zullen naasten en nabestaanden van slachtoffers vanaf 1 januari 2019 de erkenning krijgen die ze verdienen. Zoals minister Dekker zei: de vergoeding van affectieschade kan het leed van naasten en nabestaanden niet wegnemen, maar wel erkenning en genoegdoening bieden en hopelijk helpen bij de verwerking.

Mocht u vragen hebben over affectieschade, neemt u dan vrijblijvend contact op met ons kantoor. Wij helpen u graag.

Bent u als werkgever voorbereid op de nieuwe AVG?

Zoals u waarschijnlijk bekend is op 25 mei 2018 de Algemene Verordening Gegevensverwerking (AVG) in werking getreden. Heeft dit voor u als werkgever consequenties met betrekking tot het verwerken van de gegevens van uw personeel?

Gewone en bijzondere persoonsgegevens
In de nieuwe AVG wordt een onderscheid gemaakt tussen gewone en bijzondere persoonsgegevens. Onder algemene persoonsgegevens wordt onder meer verstaan naam, geboortedatum, leeftijd, adres en opleidingsniveau van werknemers. Onder de bijzondere persoonsgegevens zijn onder meer te vatten de gegevens met betrekking tot ras en etnische afkomst, politieke opvattingen, religieuze en levensbeschouwende overtuigingen en een eventueel lidmaatschap van een vakbond. Ook kunnen daaronder vallen gegevens met betrekking tot iemands seksuele gedrag of geaardheid, eventuele geestelijke afwijkingen etc. Hoe moet u deze gegevens nu verwerken?

Gerechtvaardigd verwerkingsdoel
U mag als werkgever deze persoonsgegevens verwerken indien er sprake is van een zogenaamd onbepaald uitdrukkelijk onomstreden en gerechtvaardigd verwerkingsdoel. Als werkgever dient u zich te houden aan de identificatieplicht; immers, u moet salaris kunnen uitbetalen en u moet persoonsgegevens kunnen doorgeven aan diverse derden, zoals verzekerings- en pensioenmaatschappijen etc. Verwerking is een ruim begrip. Hieronder valt onder meer het verzamelen, het vastleggen, het opslaan, het bijwerken en het wijzigen alsook het vernietigen van allerlei persoonsgegevens.

Rechten van werknemers
De AVG geeft ook werknemers meer rechten, zoals het recht op informatie inzage en het verkrijgen van een kopie, het recht op rectificatie, het recht op gegevenswissing (“right tot be forgotten”) en het recht om niet onderworpen te zijn aan geautomatiseerde besluiten. Het is als werkgever dus zaak om uw personeelsdossier te controleren en na te gaan of juist met de persoonsgegevens van uw personeelsleden wordt omgegaan.

Meldingsplicht
Op basis van de AVG heeft u als werkgever een meldingsplicht bij datalekken. Van datalekken is sprake als er persoonsgegevens verloren zijn gegaan of onrechtmatig zijn verwerkt (bijvoorbeeld verstuurd naar een verkeerde instantie). U dient dit, na constatering daarvan,  binnen 72 uur te melden bij de AP (Autoriteit Persoonsgegevens).

Grote werkgevers
Op basis van de AVG zijn bepaalde werkgevers ook verplicht tot het bijhouden van een register van verwerkingsactiviteiten. Dit geldt voor werkgevers met meer dan 250 werknemers, die gegevensverwerking niet incidenteel maar op regelmatige basis uitvoeren c.q. laten uitvoeren en bijzondere gegevens verwerken (denk daarbij aan ziekenhuizen, verzekeringsmaatschappijen, onderwijsinstellingen etc.).

Tip
Bewaar enkel wat noodzakelijk is. Schoon uw bestand regelmatig op en check het huidige bestand op eventuele datalekken.

De Eerstejaars Ziektewetbeoordeling door het UWV

U heeft geen werkgever en bent bijna één jaar ziek. In dat geval krijgt u te maken met de Eerstejaars Ziektewetbeoordeling (EZWB) door het UWV. De Eerstejaars Ziektewetbeoordeling bestaat uit een gesprek met een verzekeringsarts en, indien deze verzekeringsarts mogelijkheden ziet tot het verrichten van arbeid, een arbeidsdeskundige. Daarna beslist het UWV of uw Ziektewetuitkering stopt of nog maximaal één jaar doorloopt. Als uw uitkering doorloopt, dan zal het UWV bij twee jaar arbeidsongeschiktheid beoordelen of u in aanmerking komt voor een WIA-uitkering.

Toets

Bij de Eerstejaars Ziektewetbeoordeling wordt uw situatie anders beoordeeld dan bij de aanvraag om een Ziektewetuitkering. Bij de aanvraag wordt er getoetst of u uw eigen werk, het werk dat u voorafgaand aan uw ziekte of ww-periode deed, nog kunt verrichten. Bij de Eerstejaars Ziektewetbeoordeling wordt gekeken naar uw mogelijkheden tot het verrichten van gangbare arbeid en wat u daarmee zou kunnen verdienen. Indien de conclusie is dat u meer dan 65% kunt verdienen van het salaris dat u voor uw ziekte verdiende, dan stopt uw Ziektewetuitkering. Het gaat hierbij om uw theoretische verdiencapaciteit; u moet vervolgens zelf aan de slag om deze te gaan benutten.

Eigen risico dragen en Eerstejaars Ziektewetbeoordeling

Ook indien u uw Ziektewetkering ontvangt van uw voormalig werkgever in verband met het feit dat deze eigen risico drager is, voert het UWV de Eerstejaars Ziektewetbeoordeling uit. U ontvangt dus ook in dit geval een beslissing over de voortzetting van uw uitkering van het UWV.

Niet eens met Eerstejaars Ziektewet-beoordeling? Maak bezwaar!

Als u het niet eens bent met de beslissing kunt u daartegen binnen de bezwaartermijn bezwaar maken. Dit moet schriftelijk en kunt u in principe zelf doen. Het is echter verstandig om een specialist in te schakelen die u kan adviseren en een bezwaarschrift voor u kan indienen. Het gaat immers om uw inkomen!

Heeft u vragen over of krijgt u op korte termijn te maken met de Eerstejaars Ziektewet-beoordeling of heeft u misschien al een beslissing ontvangen en wilt u hiertegen bezwaar maken, dan kunt u contact opnemen met ons kantoor. Wij adviseren u graag over de mogelijkheden.

De rol van het kind (deel 2/3): de bijzondere curator

De vorige keer schreef ik over de groeiende belangstelling voor de rol van het kind in gerechtelijke procedures binnen het familierecht. Toen had ik het over het kindgesprek, maar kinderen krijgen een nog belangrijkere stem in de procedure door het inschakelen van een bijzondere curator. Waar ouders vaak ieder een eigen advocaat hebben, komt de bijzondere curator op voor de belangen van het kind. Dit is als het ware de advocaat van het kind.

Wanneer is een bijzondere curator nodig?

Een bijzondere curator wordt niet zomaar voor ieder kind ingeschakeld. Dit gebeurt alleen als er een discussie is tussen de ouders onderling, waardoor het belang van het kind zodanig in de knel komt dat er geen andere oplossing meer is. Ook wordt een bijzondere curator benoemd als een kind zelf een conflict heeft met een ouder of voogd.

Wie kan om een bijzondere curator vragen?

Soms beslist de rechter uit zichzelf dat er een bijzondere curator moet komen, maar de benoeming kan ook worden verzocht. Ouders, pleegouders, voogden en voogdijinstellingen kunnen om een bijzondere curator vragen. Maar veel belangrijker: het kind kan hier ook zelf om vragen. Als een kind een discussie heeft met zijn of haar ouders, dan kan dit kind zelf aan de rechter vragen om een bijzondere curator te benoemen.

Ieder kind kan een verzoek doen door een simpel briefje of een e-mail te versturen naar de rechtbank in de buurt. Het kind moet dan toelichten wat er speelt en waarom hij of zij wil dat er een bijzondere curator wordt benoemd. Dit is een ‘informeel verzoek’. De rechter zal afwegen of hij het ‘informele verzoek’ in behandeling neemt. Kinderen vanaf 12 jaar kunnen ook een ‘formeel verzoek’ indienen door middel van een verzoekschrift. De rechter moet dit in behandeling nemen en hierop beslissen.

Hoe gaat het verder?

Als de rechter besluit om het verzoek in behandeling te nemen, dan volgt er een zitting. Hiervoor worden het kind, de ouders, pleegouders en/of voogden uitgenodigd. Hier wordt verder besproken wat er aan de hand is en waarom een bijzondere curator nodig is. De rechter neemt dan uiteindelijk een beslissing over of een bijzondere curator wordt aangewezen.

Wie is de bijzondere curator?

Vaak is een bijzondere curator een advocaat, maar dat hoeft niet altijd. In principe beoordeelt de rechter wie het meest geschikt is. In uitzonderlijke gevallen kunnen er ook twee bijzondere curatoren worden aangewezen.

Wat doet de bijzondere curator?

De bijzondere curator voert gesprekken met het kind, directbetrokkenen en derden uit de omgeving van het kind (bijvoorbeeld school of een gezinsvoogd). De bijzondere curator stuurt vervolgens een verslag naar de rechter. In dit verslag geeft de bijzondere curator aan wat hij in het belang van het kind vindt. Het verslag komt terecht bij alle betrokkenen.

Stel dat de bijzondere curator een wijziging van de situatie in het belang van het kind vindt, dan kan hij hier namens het kind zelf om verzoeken bij de rechtbank.

Waarom een bijzondere curator?

Als een kind een conflict heeft met zijn of haar ouders, omdat hij of zij bijvoorbeeld specifieke wensen heeft over het contact met beide ouders of bij welke ouder hij of zij wil wonen, dan kan het soms lastig zijn om dit tegen de ouders te zeggen. Door het inschakelen van een bijzondere curator is een kind niet afhankelijk van de ouders om een verzoek tot wijziging van de omgang of het hoofdverblijf aan de rechter voor te leggen. Een kind kan zelf contact opnemen met de rechtbank met een mailtje of een briefje en vragen om een bijzondere curator te benoemen. Deze bijzondere curator kan dan voor de wensen van het kind opkomen.

De bijzondere curator is dus een belangrijke manier voor een kind om zijn of haar mening/wens kenbaar te maken bij de rechter. Het is zelfs een manier om zonder medewerking van de ouders een wijziging in de omgang of het hoofdverblijf te bewerkstelligen.

Kent u een kind dat met een dergelijk probleem zit? Neem dan gerust contact op als u vragen heeft.

Even voorstellen: nieuwe collega (advocaat én mediator)!

Hallo, mijn naam is Maureen Setiaman. Na een periode van acht jaar kantoor te hebben gehouden onder de naam Valuas Advocaten ben ik sinds 1 april jl. een samenwerking aangegaan met Lina Advocaten en houd ik ook mijn kantoor daar. Ik combineer twee mooie beroepen, dat van advocaat en dat van mediator. Ook als advocaat zoek ik daarom graag naar een oplossing die voor alle partijen aanvaardbaar is. Ik ben al vele jaren gespecialiseerd in het familierecht en heb mijn praktijk nu uitgebreid met letselschade. Ik verheug mij op een mooie toekomst met mijn nieuwe collega’s!

Lezing letselschade op 12 april a.s. om 10:00 uur. Komt u ook?

Op donderdag 12 april a.s. om 10.00 uur geeft mw. mr. Susan Philippi een openbare lezing over het onderwerp ‘letselschade’.
Wat is letselschade? Welke schade kan ik vergoed krijgen? Hoe krijg ik hulp en steun bij letselschade? Op deze en meer vragen krijgt u antwoord tijdens deze gratis lezing van Lina Advocaten. U kunt ook met uw (persoonlijke) vragen terecht.

Wanneer
-donderdag 12 april a.s. van 10.00 tot 11.00 uur
-dinsdag 17 april a.s. van 19.00 uur tot 20.00 uur

Waar
Bibliotheek Venlo – Praatcafé, Begijnengang 2

Aanmelden via info@bibiotheekvenlo.nl
Toegang gratis

Bellen in het verkeer?

We weten allemaal dat het veel gebeurt en we weten ook allemaal dat het gevaarlijk is: met je telefoon bezig zijn tijdens het autorijden. Wat mag nu wel en wat mag nu niet?

Wat mag wel en wat mag niet?

Het vasthouden van je mobiele telefoon tijdens het autorijden is verboden (op grond van artikel 61a van het RVV 1990). Overigens geldt dit volgens de wet voor de bestuurder van ‘…een motorvoertuig, bromfiets, snorfiets of gehandicaptenvoertuig dat is uitgerust met een motor…’ en dus (nog) niet voor een fietser.

Dit betekent dat het om je te bekeuren niet nodig is dat je ook daadwerkelijk zit te bellen. Ook het appen of even een foto posten op Instagram, een snap sturen of je status op Facebook bijwerken is dus verboden.

Bellen in de auto op zich is niet strafbaar, zolang het maar handsfree gebeurt. Maar om te kunnen bellen moet je meestal toch je telefoon bedienen; een contact opzoeken en op bellen drukken, misschien het geluid harder zetten, mag dat dan wel?

Bedienen mag wél!

Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden oordeelde dat je wel je telefoon mag bedienen, zolang je hem daarbij niet vasthoudt. Dat betekent dat je telefoon dus in een houder moet zitten en dan mag je hem wel bedienen.

Wat was er aan de hand?

De zaak kwam voor de rechter, omdat de bestuurder van een auto naar de rechter was gestapt nu hij een boete van 230 euro had gekregen. Een agent had gezien dat hij zijn telefoon bediende terwijl hij een auto bestuurde. Die telefoon zat in een houder die vastzat aan het dashboard.

De kantonrechter die in eerste instantie hierover moest oordelen, liet de boete in stand en vond dat het niet was toegestaan om je telefoon te bedienen in de auto, ook niet als de telefoon in een houder zit. Daartoe had de kantonrechter onder andere overwogen dat onder het begrip vasthouden ook moet worden verstaan het met een hand bedienen van een telefoon terwijl deze geplaatst is in een telefoonhouder.

De automobilist liet het er niet bij zitten en ging in hoger beroep. Het gerechtshof gaf de man gelijk: de wet stelt het vasthouden van een telefoon strafbaar, zo stelt het hof. Het bedienen van een mobiele telefoon als die niet wordt vastgehouden valt daar niet onder, volgens de uitleg van het hof. Het beroep werd gegrond verklaard en de man kreeg het geld van de boete terug.

Voor de hele uitspraak zie:  http://bit.ly/2FkQchP

Heeft u vragen over deze uitspraak of heeft u wellicht zelf een boete gekregen voor het bedienen van uw telefoon in de auto en bent u benieuwd of u hier nog iets tegen kunt doen, dan kunt u natuurlijk altijd contact opnemen met ons kantoor.

Eigen schuld, dikke bult?!?

Als u letselschade lijdt ten gevolge van een verkeersongeval of een andere gebeurtenis, is het mogelijk dat op een bepaald moment wordt gesproken over “eigen schuld”. Hiermee wordt de juridische term “eigen schuld” bedoeld.

Wat betekent “eigen schuld” in het kader van letselschade?

Als u bijvoorbeeld als bijrijder in een auto zit, terwijl deze auto wordt aangereden door een andere auto, kunt u er niets aan doen dat u betrokken raakte bij dat ongeval. U zat immers rustig in de auto, terwijl de bestuurder reed.

Als eerste wordt bekeken wie “schuld” heeft aan het ontstaan van het ongeval. In dit geval gaan we er even van uit dat dat de bestuurder is van de auto, die u heeft aangereden. De verzekering van deze auto moet dan uw letselschade vergoeden. Deze verzekering is de aansprakelijke partij.

Als aansprakelijkheid vaststaat, weten we wie de letselschade moet vergoeden. De volgende stap is het uitzoeken van de vraag of er omstandigheden of gedragingen zijn, waardoor u wellicht een deel van uw letselschade zelf moet dragen.

Autogordel

Indien u tijdens het ongeval uw autogordel niet droeg, kan dit vanzelfsprekend tot gevolg hebben dat uw letsel (veel) ernstiger is dan dat het zou zijn geweest als u uw autogordel wel zou hebben gedragen. Uitzonderingen daargelaten mogen we aannemen dat dit inderdaad zo is.

De wet zegt hierover dat wanneer de schade mede een gevolg is van een omstandigheid die aan het slachtoffer kan worden toegerekend, de vergoedingsplicht van de aansprakelijke partij wordt verminderd met een bepaald percentage. Hoe hoog dit percentage is, hangt af van de omstandigheden. Indien u uw autogordel niet draagt, kan het percentage eigen schuld oplopen tot wel 25%. Dit betekent concreet dat u maar 75% van de normaal gesproken aan u toekomende schadevergoeding daadwerkelijk krijgt. Dit kan uiteraard enorm oplopen als we praten over grote schades.

Alcoholgebruik

Een ander voorbeeld is het instappen en meerijden met iemand die alcohol heeft genuttigd. Het is een feit van algemene bekendheid dat alcoholgebruik leidt tot een verminderd reactievermogen of erger. Iedereen weet dat alcohol het rijvaardigheidsvermogen beïnvloedt. Indien u dan toch instapt en meerijdt met iemand die alcohol op heeft, dan wordt ervan uit gegaan dat u een deel eigen schuld hebt aan de door u opgelopen letselschade. In het geval van alcoholgebruik kan dit percentage oplopen tot 50% van de schadevergoeding.

Zo zijn nog meer situaties te bedenken, waarin de eigen schuld van het slachtoffer zijn of haar schadevergoeding ernstig beperkt.

De uitzondering bevestigt de regel

Het kan voorkomen dat wel sprake is van eigen schuld aan de zijde van het slachtoffer, terwijl de schadevergoeding vervolgens niet wordt gecorrigeerd naar aanleiding van andere omstandigheden. Als uw letsel bijvoorbeeld veel ernstiger zou zijn geweest als u uw autogordel wél had gedragen tijdens een ongeval waarbij u dat niet deed (eigen schuld), dan zal dat leiden tot een correctie, waardoor u toch een groter deel of de gehele 100% van de schadevergoeding krijgt.

Het ene ongeval is het andere niet

Omdat de omstandigheden van het (on)geval allesbepalend zijn, is niet zomaar te zeggen wanneer welk percentage eigen schuld in mindering wordt gebracht op uw schadevergoeding. Het ene ongeval is het andere niet en het is daarom ook niet verstandig om uw schadevergoeding met die van uw buurman te vergelijken.

De ervaring leert dat het voor een slachtoffer altijd ontzettend vervelend klinkt als de aansprakelijke partij roept dat “het slachtoffer eigen schuld heeft”. Denkt u er dan aan dat de aansprakelijke partij bedoelt dat er sprake is van een percentage juridische eigen schuld. De uitdrukking “eigen schuld, dikke bult” geldt namelijk nooit voor een slachtoffer!

Mocht u vragen hebben over eigen schuld bij letselschade, dan sta ik u als specialist op het gebied van letselschade graag te woord. U kunt altijd vrijblijvend contact opnemen.

Even voorstellen

Hallo, mijn naam is Erik Gorsselink. Sinds 1 maart 2018 werk ik bij Lina Advocaten. Na psychologie en vervolgens rechten te hebben gestudeerd in Maastricht, ben ik in 2010 gaan werken als advocaat. In het begin richtte ik mij enkel op strafzaken; inmiddels is dit uitgebreid met jeugd- en asielzaken.

Ik hou van sporten, muziek, gezelligheid en afwisseling. Mijn vrije tijd wordt dan ook met van alles opgevuld. Gitaarspelen, muziek luisteren, fotografie, fietsen, relaxen, motorrijden en nog meer. Er is genoeg te doen en te beleven.

Asielrecht….Asielzoekers… Deel II

Enige tijd geleden heb ik een blog geschreven over een jong gezin uit Soedan. Kort gezegd kwam het erop neer dat het gezin is gevlucht uit Soedan vanwege de dreiging dat hun jonge dochter van 1,5 jaar zou worden besneden. Zoals aangegeven zijn beide ouders fel tegen deze besnijdenis maar zijn zij niet in staat gebleken hun dochter te beschermen tegen deze dreiging, die afkomstig was van de familie van zowel de man als de vrouw.

In mijn vorige blog is aangegeven dat de Staatssecretaris van oordeel was dat het jonge stel in staat moet worden geacht weerstand te kunnen bieden tegen de wens van de beide families en dat zij dan ook in staat moeten worden geacht hun dochter zelf te beschermen. Zij zijn immers de ouders die bepalen of hun dochter al dan niet besneden wordt.

Tijdens het schrijven van de vorige blog lag de zaak onder de rechter. Inmiddels heeft de rechtbank uitspraak gedaan en hierna volgt dan ook, zoals beloofd, de afloop van deze zaak.

De rechtbank

In de beslissing van de rechtbank staat het volgende te lezen:

De Staatssecretaris heeft aan zijn besluit ten grondslag gelegd dat er geen sprake is van en reëel en voorzienbaar risico op handelen in strijd met artikel 3 EVRM (dit houdt in dat de Staatssecretaris van oordeel is dat er geen risico bestaat op een onmenselijke behandeling in de zin van het Europees Verdrag van de Rechten van de Mens) omdat de ouders zich aan de besnijdenis van hun dochter kunnen onttrekken. De ouders zijn immers bepalend voor de beslissing of hun dochter wordt besneden. Niet de beide families

Vervolgens geeft de rechtbank haar oordeel hierover:

De rechtbank is van oordeel dat de Staatssecretaris dat in dit geval onvoldoende heeft gemotiveerd. Uit informatie volgt weliswaar dat in het algemeen er voldoende aanleiding is voor dit standpunt van de Staatssecretaris maar in dit specifieke geval is onvoldoende gemotiveerd dat enkel de opvattingen van de ouders bepalend zijn. Daarbij acht de rechtbank van belang dat de dreiging voor de besnijdenis van hun dochter uit beide families komt. Ook is gebleken dat beide families al handelingen hebben gepland en uitgevoerd voor het laten besnijden van de dochter.

Zij hebben de ouders onder valse redenen naar Soedan gelokt, hebben hen uit elkaar gehaald en zijn begonnen met de voorbereidingen voor de besnijdenis zonder medeweten van de ouders, terwijl zij wisten dat de ouders hun dochter niet willen laten besnijden. Hieruit volgt dat de families de wensen van de ouders niet respecteren. De vlucht van de ouders uit Soedan heeft dat probleem vervolgens niet opgelost. Integendeel: nadat de ouders bij hun families waren vertrokken, ontvingen zij een aantal bedreigende berichten. Hieruit blijkt dat de families van de ouders vastberaden zijn om de dochter te laten besnijden. De Staatssecretaris heeft onvoldoende gemotiveerd hoe de ouders onder deze omstandigheden hun dochter tegen de besnijdenis zouden kunnen beschermen. Dat de ouders hoogopgeleid zijn en zelf konden kiezen voor hun huwelijk en voor emigratie naar de Verenigde Arabische Emiraten is onvoldoende om te concluderen dat zij zich aan de dreiging konden onttrekken.

De rechtbank verklaart het beroep gegrond en de Staatssecretaris zal nieuwe besluiten op de asielaanvragen van de ouders moeten nemen met inachtneming van deze uitspraak”.

En nu?

Dit betekent dat de rechtbank van oordeel is dat er een nieuwe beslissing moet komen en dat de Staatssecretaris de uitspraak van de rechtbank in acht moet nemen bij het nemen van deze nieuwe beslissing. De eerste “overwinning” voor de ouders is behaald, maar het is nu wachten op de Staatssecretaris die een nieuwe beslissing moet nemen.

De ouders zullen, zoals al eerder aangegeven, blijven vechten voor de veiligheid van hun kind en de bescherming te krijgen die zij nodig hebben.

Wederom: wordt vervolgd!