CD van jou, CD van mij…..of toch van ons allebei? Hoe zit het nu sinds 1 januari 2018?

Sinds 1 januari 2018 geldt het nieuw huwelijksvermogensrecht. Voor diegenen die na die datum trouwen (zonder het maken van huwelijkse voorwaarden) geldt de beperkte gemeenschap van goederen. Voor die tijd gold de algehele gemeenschap van goederen.

Wat is het verschil?

In de beperkte gemeenschap van goederen valt niet meer alles in de gemeenschap. Maar wat wel en wat niet?

In de gemeenschap vallen:

  • alle inkomsten, bezittingen en schulden die de echtgenoten tijdens het huwelijk krijgen of maken;
  • alle eigendommen en schulden die voor het huwelijk al gemeenschappelijk

Dus… alle inkomsten, bezittingen en schulden die voor het huwelijk privé waren, blijven ook tijdens en na het huwelijk privé. Een ander verschil is dat erfenissen en schenkingen niet meer automatisch in de gemeenschap vallen. Bij een echtscheiding hoeft u dus minder te delen.

Haken en ogen

Het lijkt eenvoudig, maar er zijn toch wat haken en ogen. Zo kan het zijn dat u voor het huwelijk samen een woning hebt gekocht, waarbij het eigendom niet gelijk verdeeld is, bv 30%-70%. Omdat de woning voor het huwelijk gezamenlijk eigendom was, valt de woning in de gemeenschap en zijn de echtgenoten ieder voor de helft gerechtigd. Bij een echtscheiding verdeelt u dus niet naar de oorspronkelijke verhouding 30-70, maar in de verhouding 50-50. Dit geldt ook voor schulden. Bij een echtscheiding kan het dus zijn dat u juist meer moet delen dan u had gedacht.

Ook zal een goede administratie nodig zijn om bewijsproblemen te voorkomen. Het komt immers vaker voor dat tijdens het huwelijk privévermogen samenvloeit met gezamenlijk vermogen. Bijvoorbeeld een (privé) spaarrekening waarop na verloop van tijd ook gezamenlijk spaargeld wordt gestort en waarvan zowel privéuitgaven en gezamenlijke uitgaven worden betaald. Welk saldo mag u dan nog als privévermogen claimen als u 10 jaar later gaat scheiden?

Ondernemers

Ook voor ondernemers wordt het anders. Als u al een onderneming hebt voor het huwelijk, valt die onderneming niet in de gemeenschap. Volgens de nieuwe regeling moet er dan vanuit de onderneming een redelijke vergoeding aan de gemeenschap worden betaald voor de kennis, vaardigheden en arbeid die de echtgenoot/ondernemer voor de onderneming heeft aangewend. Wat een redelijke vergoeding is, is weer afhankelijk van de feiten en omstandigheden van het geval, waarbij er rekening wordt gehouden met het loon dat al uit de onderneming is ontvangen. Als ondernemende echtgenoot kunt u dus niet zonder meer alle winst binnen het bedrijf oppotten en zo buiten de gemeenschap houden.

Scheiden

Een op de drie huwelijken eindigt in een echtscheiding. Goed juridisch advies voor en ook tijdens het huwelijk kan een hoop onverwachte problemen voorkomen. Wilt u meer informatie? Neem gerust contact op voor een vrijblijvend gesprek.

Wel of niet Jos Brech verdedigen?

Welke afwegingen maken advocaten? Wat doen zij als ene Jos Brech aanklopt voor juridische bijstand? Ook de verdachte van de moord op Nicky Verstappen heeft daar recht op, vinden zij in feite allemaal. Toch zijn ze niet altijd bereid zijn belangen te behartigen in een strafzaak, blijkt uit een belrondje langs Limburgse raadslieden. Ook Guus Lina geeft zijn mening.

Lees het complete artikel (pdf)

Bron: Dagblad de Limburger

OM beticht broers van poging tot doodslag

Het Openbaar Ministerie beschuldigt de in Sittard geboren broers Hakim (18) en Jamel (21) L. van poging tot doodslag in vereniging na een verkeersruzie in Venlo. Jamel wordt bijgestaan door mr. Jasmine Handring.

Lees het complete artikel (pdf)

Bron: Dagblad de Limburger

Op zoek naar een leuke stageplaats?! (Per direct)

 

Volg jij een MBO-4 opleiding tot (juridisch) secretaresse en zoek je nog een leuke stageplaats? Dan zijn wij op zoek naar jou!

 

Wij zoeken een student die:
– Enthousiast en sociaal is;
– Zorgvuldig te werk gaat;
– Zelfstandig en in teamverband kan werken;
– Flexibel en stressbestendig is.

 

Wat is voor ons nog meer belangrijk?
– Goede communicatieve vaardigheden;
– Uitstekende beheersing van de Nederlandse taal (Engels en Duits is een pré);
– Handig met computer en telefoon.

 

Wat bieden wij:
– Een gezellig team;
– Lekkere koffie en een vrijmibo;
– Afwisselende werkzaamheden met voldoende uitdaging.

 

Kortom: een leerzame stageplaats!

 

Interesse? Stuur je cv en een korte motivatie naar Jantien Custers:

E: j.custers@lina-advocaten.nl

T: 077-3511042

 

Compensatie transitievergoeding bij zieke werknemers; wetsvoorstel aangenomen

Op 10 juli 2018 heeft de Eerste Kamer ingestemd met het wetsvoorstel waarin de compensatie van de transitievergoeding bij ontslag na langdurige arbeidsongeschiktheid is geregeld. Werkgevers kunnen naar verwachting per 1 april 2020 een compensatie vragen voor deze transitievergoeding.

Transitievergoeding

Sinds 1 juli 2015 heeft een werknemer recht op een transitievergoeding bij beëindiging van de arbeidsovereenkomst door de werkgever, als deze minimaal twee jaar heeft geduurd. De bedoeling van de vergoeding is het compenseren van het ontslag en het vergemakkelijken van om de overgang naar ander werk. Ook bij ontslag wegens langdurige ziekte (na twee jaar ziekte) is de transitievergoeding verschuldigd.

Al sinds de invoering van de transitievergoeding wordt te verplichting om deze te betaling bij beëindiging van een dienstverband wegens langdurige ziekte als onrechtvaardig ervaren. Immers, werkgevers dienen voorafgaand aan zo’n beëindiging ook al twee jaar (70% van) het salaris van de werknemer door te betalen en ervoor te zorgen dat de re-integratie van zo’n werknemer goed verloopt. De hoge kosten die een werkgever toch al moet maken voor een zieke werknemer zijn voor de (voormalige) regering aanleiding geweest om na te gaan of de regeling omtrent de transitievergoeding op bepaalde punten zou moeten worden aangepast. Het daaruit voortvloeiende wetsvoorstel is nu aangenomen.

Regeling

Na inwerkingtreding van de nieuwe regeling (naar verwachting per 1 april 2020) ontvangen werkgevers een compensatie voor de betaalde transitievergoeding bij beëindiging van een dienstverband wegens langdurige ziekte. De vergoeding wordt betaald door het UWV en gefinancierd vanuit het Algemeen werkloosheidsfonds. Daar staat wel een verhoging van de premie tegenover. De vergoedingsregeling krijgt terugwerkende kracht tot en met 1 juli 2015, hetgeen betekent dat ook reeds betaalde transitievergoedingen voor vergoeding in aanmerking komen.

Let op: een eventuele periode van een verlengde loondoorbetalingsplicht vanwege een opgelegde loonsanctie door het UWV wordt niet meegenomen bij de berekening van de compensatiehoogte. Ook in dit kader is het dus zaak om als werkgever aan uw verplichtingen, voortvloeiende uit de Wet Poortwachter, te voldoen.

Voorbereidingen

 UWV zal gaan beslissen over de aanvraag voor compensatie. UWV zal een aanvraagformulier beschikbaar stellen waarmee werkgevers compensatie kunnen aanvragen. Hierbij zullen in ieder geval de volgende documenten moeten worden aangeleverd:

  • De arbeidsovereenkomst;
  • Documenten waaruit blijkt dat de arbeidsovereenkomst is beëindigd wegens langdurige arbeidsongeschiktheid;
  • Loonstroken waarop staat vermeld welk loon tijdens ziekte is betaald;
  • De berekening van de transitievergoeding en bewijs van betaling daarvan.

Het is dus van belang om te beschikken over de genoemde documenten ten aanzien van werknemers die na 1 juli 2015 uit dienst zijn gegaan wegens langdurige ziekte. U heeft voor deze oude gevallen na de inwerkingtreding van het wetsvoorstel (naar verwachting 1 april 2020) zes maanden de tijd om de vergoeding aan te vragen.

Heeft u vragen over de compensatieregeling, dan kunt u uiteraard contact opnemen met ons kantoor.

Hoe lang kan de officier van justitie een strafzaak laten liggen voordat de rechter daar consequenties aan verbindt?

Regelmatig bellen cliënten met de vraag hoe het met hun zaak staat; het is immers al een paar maanden geleden dat ze op het politiebureau waren en ze hebben nog steeds niets van justitie gehoord. Hoe lang kan dat duren? En mag dat allemaal?

De Wet

In de wet staat niet zo veel over de tijd die justitie heeft om een onderzoek af te ronden of een beslissing te nemen over of er vervolgd gaat worden en een zaak voor de rechter zal worden gebracht. Niet zoveel is eigenlijk nog te veel: er zijn geen wettelijke termijnen. Dit betekent dat de officier van justitie (OvJ) geen haast hoeft te maken met het uitbrengen van een dagvaarding (de uitnodiging om bij de rechter te komen om je te verantwoorden). De enige termijn die we hebben is “een redelijke termijn”. Wat is dat dan?

Een voorbeeld: iemand heeft 100 hennepplanten thuis staan en de politie constateert dit. Ze houden de bewoner van het pand aan en op het politiebureau maakt de politie proces-verbaal op. De bewoner mag aan het eind van de dag weer naar huis met de mededeling dat hij nog wel hoort van de zaak.

En dan wordt het stil..

In de tussentijd stuurt de politie het dossier naar het Openbaar Ministerie, waar de OvJ een beslissing neemt over of de verdachte vervolgd zal worden. Ook kan de beslissing zijn dat de verdachte een strafbeschikking krijgt aangeboden (zie mijn eerdere blog). Daar gaat blijkbaar wat tijd overheen want het is geen uitzondering dat het een jaar duurt voordat er weer iets gebeurt.

En dan blijft het lang stil..

Na drieënhalf jaar krijgt de verdachte een dagvaarding en moet hij bij de rechter komen. De verdachte is boos: “dat is toch niet normaal? Ik ben al verder gegaan met mijn leven en dan komt dat nog!”

De Jurisprudentie: de redelijke termijn

De redelijke termijn is ontwikkeld in de jurisprudentie, zijnde uitspraken van rechtbanken en de Hoge Raad en is gebaseerd op artikel 6 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM). In het kort komt het erop neer dat een zaak binnen 2 jaren moet zijn afgedaan, waarbij die termijn begint zodra de verdachte er weet van krijgt dat justitie tegen hem strafvervolging instelt. Er zijn wel wat mitsen en maren; als een zaak bijvoorbeeld erg ingewikkeld is dan mag het wat langer duren en bij minderjarigen hanteert de rechter een veel kortere termijn.

 

Er zijn eigenlijk niet echt gevolgen verbonden aan het overschrijden van de redelijke termijn. De rechter kan er gevolgen aan verbinden, maar het hoeft dus niet! De Hoge Raad (HR) heeft uitgemaakt dat de rechter bij overschrijding van de redelijke termijn een lagere straf kan opleggen, als tegemoetkoming in de richting van de verdachte. Maar als het aan de HR ligt moet de rechter iemand altijd veroordelen, dus al duurt het 5 of 10 jaar!

De praktijk

In de praktijk zien we dat rechters en rechtbanken het niet zomaar eens zijn met de HR: de rechtbanken en rechters willen de mogelijkheid hebben om zelf te bepalen wat een passende reactie is op de overschrijding van de redelijke termijn. Dat betekent dat de OvJ met enige regelmaat niet ontvankelijk wordt verklaard (en de verdachte dus geen straf krijgt), omdat de rechter vindt dat het gewoon te lang heeft geduurd. Meestal is er dan wel meer aan de hand: lichtere feiten, een rommelig dossier waarin eigenlijk meer onderzoek zou moeten worden gedaan of bijvoorbeeld een verdachte die zichtbaar geleden heeft onder het tijdsverloop.

De rechter is dan meestal wel zo creatief om niet alleen de redelijke termijn als reden te noemen maar bijvoorbeeld ook “het handelen in strijd met een goede procesorde, in het bijzonder het vertrouwensbeginsel” of iets dergelijks, zodat in hoger beroep de uitspraak niet zomaar van tafel geveegd kan worden.

Wat gebeurt er in ons voorbeeld? Tja, dat valt niet zomaar te zeggen. Het zal van de concrete feiten en omstandigheden afhangen welke consequenties de rechter verbindt aan het overschrijden van de redelijke termijn. Met een beetje mazzel geen straf, maar in ieder geval zal een lagere straf worden opgelegd als reactie op het getreuzel van de OvJ.

De rol van het kind (deel 3/3): de (in)formele rechtsingang

De afgelopen twee keer schreef ik over de groeiende belangstelling voor de rol van het kind in gerechtelijke procedures. Meer in het bijzonder over het kindgesprek en de bijzondere curator. Het laatste deel van dit drieluik gaat over de grootste rol die een kind kan worden gegeven: zelf naar de rechter gaan. Oudere kinderen hebben vaker de mogelijkheid om zelf (formeel) naar de rechter te gaan, maar als het gaat om kinderen een rol te geven in de rechtspraak, dan is de ‘informele rechtsingang’ belangrijk voor alle kinderen.


Waarom ‘informeel’?

Informeel dekt de lading precies. Het is namelijk niet zo dat er een officieel verzoek moet worden ingediend bij de rechtbank en er is bijvoorbeeld ook geen advocaat voor nodig. De informele rechtsingang houdt eigenlijk niets meer in dan dat een kind (ook een kind van jonger dan 12 jaar) een briefje kan sturen naar de rechter met daarin zijn of haar verzoek. Een kind kan zelfs de rechter bellen. De rechter gaat dan afwegen of er iets met het verzoek moet worden gedaan.


Wat kan een kind vragen?

De vraag is dan natuurlijk wat er aan de rechter kan worden gevraagd. Om een paar voorbeelden te geven:

  • een kind kan de rechter vragen om iemand te benoemen die zijn of haar belangen behartigt (een bijzondere curator);
  • een kind kan de rechter vragen om het ouderlijk gezag aan te passen;
  • een kind kan vragen om bij de andere ouder te mogen wonen;
  • een kind kan een aanpassing van de omgangsregeling vragen of zelfs het instellen of stopzetten van een omgangsregeling;
  • een kind kan ook vragen om een omgangsregeling met zijn of haar opa en/of oma;
  • tot slot zou een kind ook kunnen vragen om een informatieregeling tussen ouders in te stellen, aan te passen of zelfs stop te zetten.

Deze punten hebben natuurlijk allemaal een grote invloed op het leven van een kind. Met de informele rechtsingang wordt de mogelijkheid gegeven aan kinderen om hier zelf de regie in te nemen en bij de rechter een procedure af te dwingen, zonder afhankelijk te zijn van hun ouders. Een belangrijke manier dus waarop zij hun stem kunnen laten horen.


Hoe gaat het verder?

Als een kind de rechter iets vraagt, dan gaat de rechter nadenken of daarmee iets moet gebeuren. Het nadeel is dat het kind geen recht heeft op een gemotiveerde beslissing van de rechter. Ook kan het kind niet in hoger beroep tegen de beslissing van de rechter. De rechter zal wel altijd serieus kijken naar het verzoek.

Als de rechter een dergelijk verzoek ontvangt, dan kan de rechter het kind uitnodigen voor een gesprek. Dit gesprek wordt alleen met het kind gevoerd. De rechter gaat dan kijken wat er met de vraag moet gebeuren. Is het bijvoorbeeld nodig om dit met de ouders te bespreken? Is er een beslissing van de rechter nodig? Soms zal de rechter het verder oppakken en de ouders vragen om naar de rechtbank te komen, maar het kan ook voorkomen dat de rechter niet beslist overeenkomstig wat het kind gevraagd heeft.

Hoewel het een ‘informele’ rechtsingang is, wordt er door de rechter serieus gekeken naar de vraag van een kind. Op deze manier kunnen kinderen hun eigen stem nog beter laten horen.


Meer informatie

Voor meer informatie kan een kind terecht op www.rechtvoorjou.nl, maar voor vragen ben ik telefonisch of per mail bereikbaar.

 

Klik op de onderstaande links om mijn eerdere blogs over de rol van het kind te lezen:
*https://www.lina-advocaten.nl/rol-kind-deel-1-3-kindgesprek/
*https://www.lina-advocaten.nl/de-rol-van-het-kind-deel-2-3-de-bijzondere-curator/

Smartengeld voor naasten en nabestaanden

Smartengeld voor naasten, dat kenden wij niet in Nederland. Wij zijn hier sowieso niet heel gul met smartengeld, zeker ten opzichte van andere Europese landen. Was u nabestaande van een overledene, dan was er voor u helemaal niets. Het is natuurlijk niet zo dat enig bedrag het verlies van uw naaste kan goedmaken of compenseren, maar als u helemaal niets krijgt dan voelt het alsof uw verlies en verdriet niet eens worden erkend.

Op 10 april 2018 is dit veranderd. Op deze datum is het wetsvoorstel Affectieschade door de Eerste Kamer aangenomen. Naasten van personen die ernstig gewond raken of nabestaanden van overledenen hebben binnenkort (vanaf 1 januari 2019) recht op een vorm van smartengeld onder de naam “affectieschade”.

Hoeveel dan?

Het bedrag dat u krijgt wordt bepaald aan de hand van de verschillende categorieën, waarin nabestaanden en naasten vallen. De hoogte van het bedrag hangt verder af van de soort gebeurtenis. De vergoeding voor naasten of nabestaanden van een slachtoffer van een misdrijf zijn iets hoger dan bij een slachtoffer van een ongeval of een medische fout. De categorieën zijn duidelijk opgenomen in de wet, zodat altijd duidelijk is welk bedrag u dient te ontvangen. Kort gezegd liggen de vergoedingen tussen € 12.500 en € 20.000.

Wie betaalt dat?

In principe dient de aansprakelijke partij de vergoeding voor affectieschade te betalen, zoals deze ook de schade van het slachtoffer zelf moet betalen. In het geval van een verkeersongeval zal dit over het algemeen de verzekeraar zijn van degene die schuld heeft aan het ongeval. Bij een mishandeling moet de dader de vergoeding betalen. In de praktijk zal dit hetzelfde worden afgehandeld zoals nu de schade van een slachtoffer wordt geregeld.

Eindelijk…

De letselschadepraktijk pleit al jaren voor het invoeren van een regeling voor affectieschade, maar tot april 2018 heeft geen enkel wetsvoorstel de gang door de eerste en tweede kamer gered. Gelukkig is dit nu veranderd en zullen naasten en nabestaanden van slachtoffers vanaf 1 januari 2019 de erkenning krijgen die ze verdienen. Zoals minister Dekker zei: de vergoeding van affectieschade kan het leed van naasten en nabestaanden niet wegnemen, maar wel erkenning en genoegdoening bieden en hopelijk helpen bij de verwerking.

Mocht u vragen hebben over affectieschade, neemt u dan vrijblijvend contact op met ons kantoor. Wij helpen u graag.

Bent u als werkgever voorbereid op de nieuwe AVG?

Zoals u waarschijnlijk bekend is op 25 mei 2018 de Algemene Verordening Gegevensverwerking (AVG) in werking getreden. Heeft dit voor u als werkgever consequenties met betrekking tot het verwerken van de gegevens van uw personeel?

Gewone en bijzondere persoonsgegevens
In de nieuwe AVG wordt een onderscheid gemaakt tussen gewone en bijzondere persoonsgegevens. Onder algemene persoonsgegevens wordt onder meer verstaan naam, geboortedatum, leeftijd, adres en opleidingsniveau van werknemers. Onder de bijzondere persoonsgegevens zijn onder meer te vatten de gegevens met betrekking tot ras en etnische afkomst, politieke opvattingen, religieuze en levensbeschouwende overtuigingen en een eventueel lidmaatschap van een vakbond. Ook kunnen daaronder vallen gegevens met betrekking tot iemands seksuele gedrag of geaardheid, eventuele geestelijke afwijkingen etc. Hoe moet u deze gegevens nu verwerken?

Gerechtvaardigd verwerkingsdoel
U mag als werkgever deze persoonsgegevens verwerken indien er sprake is van een zogenaamd onbepaald uitdrukkelijk onomstreden en gerechtvaardigd verwerkingsdoel. Als werkgever dient u zich te houden aan de identificatieplicht; immers, u moet salaris kunnen uitbetalen en u moet persoonsgegevens kunnen doorgeven aan diverse derden, zoals verzekerings- en pensioenmaatschappijen etc. Verwerking is een ruim begrip. Hieronder valt onder meer het verzamelen, het vastleggen, het opslaan, het bijwerken en het wijzigen alsook het vernietigen van allerlei persoonsgegevens.

Rechten van werknemers
De AVG geeft ook werknemers meer rechten, zoals het recht op informatie inzage en het verkrijgen van een kopie, het recht op rectificatie, het recht op gegevenswissing (“right tot be forgotten”) en het recht om niet onderworpen te zijn aan geautomatiseerde besluiten. Het is als werkgever dus zaak om uw personeelsdossier te controleren en na te gaan of juist met de persoonsgegevens van uw personeelsleden wordt omgegaan.

Meldingsplicht
Op basis van de AVG heeft u als werkgever een meldingsplicht bij datalekken. Van datalekken is sprake als er persoonsgegevens verloren zijn gegaan of onrechtmatig zijn verwerkt (bijvoorbeeld verstuurd naar een verkeerde instantie). U dient dit, na constatering daarvan,  binnen 72 uur te melden bij de AP (Autoriteit Persoonsgegevens).

Grote werkgevers
Op basis van de AVG zijn bepaalde werkgevers ook verplicht tot het bijhouden van een register van verwerkingsactiviteiten. Dit geldt voor werkgevers met meer dan 250 werknemers, die gegevensverwerking niet incidenteel maar op regelmatige basis uitvoeren c.q. laten uitvoeren en bijzondere gegevens verwerken (denk daarbij aan ziekenhuizen, verzekeringsmaatschappijen, onderwijsinstellingen etc.).

Tip
Bewaar enkel wat noodzakelijk is. Schoon uw bestand regelmatig op en check het huidige bestand op eventuele datalekken.

De Eerstejaars Ziektewetbeoordeling door het UWV

U heeft geen werkgever en bent bijna één jaar ziek. In dat geval krijgt u te maken met de Eerstejaars Ziektewetbeoordeling (EZWB) door het UWV. De Eerstejaars Ziektewetbeoordeling bestaat uit een gesprek met een verzekeringsarts en, indien deze verzekeringsarts mogelijkheden ziet tot het verrichten van arbeid, een arbeidsdeskundige. Daarna beslist het UWV of uw Ziektewetuitkering stopt of nog maximaal één jaar doorloopt. Als uw uitkering doorloopt, dan zal het UWV bij twee jaar arbeidsongeschiktheid beoordelen of u in aanmerking komt voor een WIA-uitkering.

Toets

Bij de Eerstejaars Ziektewetbeoordeling wordt uw situatie anders beoordeeld dan bij de aanvraag om een Ziektewetuitkering. Bij de aanvraag wordt er getoetst of u uw eigen werk, het werk dat u voorafgaand aan uw ziekte of ww-periode deed, nog kunt verrichten. Bij de Eerstejaars Ziektewetbeoordeling wordt gekeken naar uw mogelijkheden tot het verrichten van gangbare arbeid en wat u daarmee zou kunnen verdienen. Indien de conclusie is dat u meer dan 65% kunt verdienen van het salaris dat u voor uw ziekte verdiende, dan stopt uw Ziektewetuitkering. Het gaat hierbij om uw theoretische verdiencapaciteit; u moet vervolgens zelf aan de slag om deze te gaan benutten.

Eigen risico dragen en Eerstejaars Ziektewetbeoordeling

Ook indien u uw Ziektewetkering ontvangt van uw voormalig werkgever in verband met het feit dat deze eigen risico drager is, voert het UWV de Eerstejaars Ziektewetbeoordeling uit. U ontvangt dus ook in dit geval een beslissing over de voortzetting van uw uitkering van het UWV.

Niet eens met Eerstejaars Ziektewet-beoordeling? Maak bezwaar!

Als u het niet eens bent met de beslissing kunt u daartegen binnen de bezwaartermijn bezwaar maken. Dit moet schriftelijk en kunt u in principe zelf doen. Het is echter verstandig om een specialist in te schakelen die u kan adviseren en een bezwaarschrift voor u kan indienen. Het gaat immers om uw inkomen!

Heeft u vragen over of krijgt u op korte termijn te maken met de Eerstejaars Ziektewet-beoordeling of heeft u misschien al een beslissing ontvangen en wilt u hiertegen bezwaar maken, dan kunt u contact opnemen met ons kantoor. Wij adviseren u graag over de mogelijkheden.