De rol van het kind (deel 2/3): de bijzondere curator

De vorige keer schreef ik over de groeiende belangstelling voor de rol van het kind in gerechtelijke procedures binnen het familierecht. Toen had ik het over het kindgesprek, maar kinderen krijgen een nog belangrijkere stem in de procedure door het inschakelen van een bijzondere curator. Waar ouders vaak ieder een eigen advocaat hebben, komt de bijzondere curator op voor de belangen van het kind. Dit is als het ware de advocaat van het kind.

Wanneer is een bijzondere curator nodig?

Een bijzondere curator wordt niet zomaar voor ieder kind ingeschakeld. Dit gebeurt alleen als er een discussie is tussen de ouders onderling, waardoor het belang van het kind zodanig in de knel komt dat er geen andere oplossing meer is. Ook wordt een bijzondere curator benoemd als een kind zelf een conflict heeft met een ouder of voogd.

Wie kan om een bijzondere curator vragen?

Soms beslist de rechter uit zichzelf dat er een bijzondere curator moet komen, maar de benoeming kan ook worden verzocht. Ouders, pleegouders, voogden en voogdijinstellingen kunnen om een bijzondere curator vragen. Maar veel belangrijker: het kind kan hier ook zelf om vragen. Als een kind een discussie heeft met zijn of haar ouders, dan kan dit kind zelf aan de rechter vragen om een bijzondere curator te benoemen.

Ieder kind kan een verzoek doen door een simpel briefje of een e-mail te versturen naar de rechtbank in de buurt. Het kind moet dan toelichten wat er speelt en waarom hij of zij wil dat er een bijzondere curator wordt benoemd. Dit is een ‘informeel verzoek’. De rechter zal afwegen of hij het ‘informele verzoek’ in behandeling neemt. Kinderen vanaf 12 jaar kunnen ook een ‘formeel verzoek’ indienen door middel van een verzoekschrift. De rechter moet dit in behandeling nemen en hierop beslissen.

Hoe gaat het verder?

Als de rechter besluit om het verzoek in behandeling te nemen, dan volgt er een zitting. Hiervoor worden het kind, de ouders, pleegouders en/of voogden uitgenodigd. Hier wordt verder besproken wat er aan de hand is en waarom een bijzondere curator nodig is. De rechter neemt dan uiteindelijk een beslissing over of een bijzondere curator wordt aangewezen.

Wie is de bijzondere curator?

Vaak is een bijzondere curator een advocaat, maar dat hoeft niet altijd. In principe beoordeelt de rechter wie het meest geschikt is. In uitzonderlijke gevallen kunnen er ook twee bijzondere curatoren worden aangewezen.

Wat doet de bijzondere curator?

De bijzondere curator voert gesprekken met het kind, directbetrokkenen en derden uit de omgeving van het kind (bijvoorbeeld school of een gezinsvoogd). De bijzondere curator stuurt vervolgens een verslag naar de rechter. In dit verslag geeft de bijzondere curator aan wat hij in het belang van het kind vindt. Het verslag komt terecht bij alle betrokkenen.

Stel dat de bijzondere curator een wijziging van de situatie in het belang van het kind vindt, dan kan hij hier namens het kind zelf om verzoeken bij de rechtbank.

Waarom een bijzondere curator?

Als een kind een conflict heeft met zijn of haar ouders, omdat hij of zij bijvoorbeeld specifieke wensen heeft over het contact met beide ouders of bij welke ouder hij of zij wil wonen, dan kan het soms lastig zijn om dit tegen de ouders te zeggen. Door het inschakelen van een bijzondere curator is een kind niet afhankelijk van de ouders om een verzoek tot wijziging van de omgang of het hoofdverblijf aan de rechter voor te leggen. Een kind kan zelf contact opnemen met de rechtbank met een mailtje of een briefje en vragen om een bijzondere curator te benoemen. Deze bijzondere curator kan dan voor de wensen van het kind opkomen.

De bijzondere curator is dus een belangrijke manier voor een kind om zijn of haar mening/wens kenbaar te maken bij de rechter. Het is zelfs een manier om zonder medewerking van de ouders een wijziging in de omgang of het hoofdverblijf te bewerkstelligen.

Kent u een kind dat met een dergelijk probleem zit? Neem dan gerust contact op als u vragen heeft.

Even voorstellen: nieuwe collega (advocaat én mediator)!

Hallo, mijn naam is Maureen Setiaman. Na een periode van acht jaar kantoor te hebben gehouden onder de naam Valuas Advocaten ben ik sinds 1 april jl. een samenwerking aangegaan met Lina Advocaten en houd ik ook mijn kantoor daar. Ik combineer twee mooie beroepen, dat van advocaat en dat van mediator. Ook als advocaat zoek ik daarom graag naar een oplossing die voor alle partijen aanvaardbaar is. Ik ben al vele jaren gespecialiseerd in het familierecht en heb mijn praktijk nu uitgebreid met letselschade. Ik verheug mij op een mooie toekomst met mijn nieuwe collega’s!

Lezing letselschade op 12 april a.s. om 10:00 uur. Komt u ook?

Op donderdag 12 april a.s. om 10.00 uur geeft mw. mr. Susan Philippi een openbare lezing over het onderwerp ‘letselschade’.
Wat is letselschade? Welke schade kan ik vergoed krijgen? Hoe krijg ik hulp en steun bij letselschade? Op deze en meer vragen krijgt u antwoord tijdens deze gratis lezing van Lina Advocaten. U kunt ook met uw (persoonlijke) vragen terecht.

Wanneer
-donderdag 12 april a.s. van 10.00 tot 11.00 uur
-dinsdag 17 april a.s. van 19.00 uur tot 20.00 uur

Waar
Bibliotheek Venlo – Praatcafé, Begijnengang 2

Aanmelden via info@bibiotheekvenlo.nl
Toegang gratis

Bellen in het verkeer?

We weten allemaal dat het veel gebeurt en we weten ook allemaal dat het gevaarlijk is: met je telefoon bezig zijn tijdens het autorijden. Wat mag nu wel en wat mag nu niet?

Wat mag wel en wat mag niet?

Het vasthouden van je mobiele telefoon tijdens het autorijden is verboden (op grond van artikel 61a van het RVV 1990). Overigens geldt dit volgens de wet voor de bestuurder van ‘…een motorvoertuig, bromfiets, snorfiets of gehandicaptenvoertuig dat is uitgerust met een motor…’ en dus (nog) niet voor een fietser.

Dit betekent dat het om je te bekeuren niet nodig is dat je ook daadwerkelijk zit te bellen. Ook het appen of even een foto posten op Instagram, een snap sturen of je status op Facebook bijwerken is dus verboden.

Bellen in de auto op zich is niet strafbaar, zolang het maar handsfree gebeurt. Maar om te kunnen bellen moet je meestal toch je telefoon bedienen; een contact opzoeken en op bellen drukken, misschien het geluid harder zetten, mag dat dan wel?

Bedienen mag wél!

Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden oordeelde dat je wel je telefoon mag bedienen, zolang je hem daarbij niet vasthoudt. Dat betekent dat je telefoon dus in een houder moet zitten en dan mag je hem wel bedienen.

Wat was er aan de hand?

De zaak kwam voor de rechter, omdat de bestuurder van een auto naar de rechter was gestapt nu hij een boete van 230 euro had gekregen. Een agent had gezien dat hij zijn telefoon bediende terwijl hij een auto bestuurde. Die telefoon zat in een houder die vastzat aan het dashboard.

De kantonrechter die in eerste instantie hierover moest oordelen, liet de boete in stand en vond dat het niet was toegestaan om je telefoon te bedienen in de auto, ook niet als de telefoon in een houder zit. Daartoe had de kantonrechter onder andere overwogen dat onder het begrip vasthouden ook moet worden verstaan het met een hand bedienen van een telefoon terwijl deze geplaatst is in een telefoonhouder.

De automobilist liet het er niet bij zitten en ging in hoger beroep. Het gerechtshof gaf de man gelijk: de wet stelt het vasthouden van een telefoon strafbaar, zo stelt het hof. Het bedienen van een mobiele telefoon als die niet wordt vastgehouden valt daar niet onder, volgens de uitleg van het hof. Het beroep werd gegrond verklaard en de man kreeg het geld van de boete terug.

Voor de hele uitspraak zie:  http://bit.ly/2FkQchP

Heeft u vragen over deze uitspraak of heeft u wellicht zelf een boete gekregen voor het bedienen van uw telefoon in de auto en bent u benieuwd of u hier nog iets tegen kunt doen, dan kunt u natuurlijk altijd contact opnemen met ons kantoor.

Eigen schuld, dikke bult?!?

Als u letselschade lijdt ten gevolge van een verkeersongeval of een andere gebeurtenis, is het mogelijk dat op een bepaald moment wordt gesproken over “eigen schuld”. Hiermee wordt de juridische term “eigen schuld” bedoeld.

Wat betekent “eigen schuld” in het kader van letselschade?

Als u bijvoorbeeld als bijrijder in een auto zit, terwijl deze auto wordt aangereden door een andere auto, kunt u er niets aan doen dat u betrokken raakte bij dat ongeval. U zat immers rustig in de auto, terwijl de bestuurder reed.

Als eerste wordt bekeken wie “schuld” heeft aan het ontstaan van het ongeval. In dit geval gaan we er even van uit dat dat de bestuurder is van de auto, die u heeft aangereden. De verzekering van deze auto moet dan uw letselschade vergoeden. Deze verzekering is de aansprakelijke partij.

Als aansprakelijkheid vaststaat, weten we wie de letselschade moet vergoeden. De volgende stap is het uitzoeken van de vraag of er omstandigheden of gedragingen zijn, waardoor u wellicht een deel van uw letselschade zelf moet dragen.

Autogordel

Indien u tijdens het ongeval uw autogordel niet droeg, kan dit vanzelfsprekend tot gevolg hebben dat uw letsel (veel) ernstiger is dan dat het zou zijn geweest als u uw autogordel wel zou hebben gedragen. Uitzonderingen daargelaten mogen we aannemen dat dit inderdaad zo is.

De wet zegt hierover dat wanneer de schade mede een gevolg is van een omstandigheid die aan het slachtoffer kan worden toegerekend, de vergoedingsplicht van de aansprakelijke partij wordt verminderd met een bepaald percentage. Hoe hoog dit percentage is, hangt af van de omstandigheden. Indien u uw autogordel niet draagt, kan het percentage eigen schuld oplopen tot wel 25%. Dit betekent concreet dat u maar 75% van de normaal gesproken aan u toekomende schadevergoeding daadwerkelijk krijgt. Dit kan uiteraard enorm oplopen als we praten over grote schades.

Alcoholgebruik

Een ander voorbeeld is het instappen en meerijden met iemand die alcohol heeft genuttigd. Het is een feit van algemene bekendheid dat alcoholgebruik leidt tot een verminderd reactievermogen of erger. Iedereen weet dat alcohol het rijvaardigheidsvermogen beïnvloedt. Indien u dan toch instapt en meerijdt met iemand die alcohol op heeft, dan wordt ervan uit gegaan dat u een deel eigen schuld hebt aan de door u opgelopen letselschade. In het geval van alcoholgebruik kan dit percentage oplopen tot 50% van de schadevergoeding.

Zo zijn nog meer situaties te bedenken, waarin de eigen schuld van het slachtoffer zijn of haar schadevergoeding ernstig beperkt.

De uitzondering bevestigt de regel

Het kan voorkomen dat wel sprake is van eigen schuld aan de zijde van het slachtoffer, terwijl de schadevergoeding vervolgens niet wordt gecorrigeerd naar aanleiding van andere omstandigheden. Als uw letsel bijvoorbeeld veel ernstiger zou zijn geweest als u uw autogordel wél had gedragen tijdens een ongeval waarbij u dat niet deed (eigen schuld), dan zal dat leiden tot een correctie, waardoor u toch een groter deel of de gehele 100% van de schadevergoeding krijgt.

Het ene ongeval is het andere niet

Omdat de omstandigheden van het (on)geval allesbepalend zijn, is niet zomaar te zeggen wanneer welk percentage eigen schuld in mindering wordt gebracht op uw schadevergoeding. Het ene ongeval is het andere niet en het is daarom ook niet verstandig om uw schadevergoeding met die van uw buurman te vergelijken.

De ervaring leert dat het voor een slachtoffer altijd ontzettend vervelend klinkt als de aansprakelijke partij roept dat “het slachtoffer eigen schuld heeft”. Denkt u er dan aan dat de aansprakelijke partij bedoelt dat er sprake is van een percentage juridische eigen schuld. De uitdrukking “eigen schuld, dikke bult” geldt namelijk nooit voor een slachtoffer!

Mocht u vragen hebben over eigen schuld bij letselschade, dan sta ik u als specialist op het gebied van letselschade graag te woord. U kunt altijd vrijblijvend contact opnemen.

Even voorstellen

Hallo, mijn naam is Erik Gorsselink. Sinds 1 maart 2018 werk ik bij Lina Advocaten. Na psychologie en vervolgens rechten te hebben gestudeerd in Maastricht, ben ik in 2010 gaan werken als advocaat. In het begin richtte ik mij enkel op strafzaken; inmiddels is dit uitgebreid met jeugd- en asielzaken.

Ik hou van sporten, muziek, gezelligheid en afwisseling. Mijn vrije tijd wordt dan ook met van alles opgevuld. Gitaarspelen, muziek luisteren, fotografie, fietsen, relaxen, motorrijden en nog meer. Er is genoeg te doen en te beleven.

Asielrecht….Asielzoekers… Deel II

Enige tijd geleden heb ik een blog geschreven over een jong gezin uit Soedan. Kort gezegd kwam het erop neer dat het gezin is gevlucht uit Soedan vanwege de dreiging dat hun jonge dochter van 1,5 jaar zou worden besneden. Zoals aangegeven zijn beide ouders fel tegen deze besnijdenis maar zijn zij niet in staat gebleken hun dochter te beschermen tegen deze dreiging, die afkomstig was van de familie van zowel de man als de vrouw.

In mijn vorige blog is aangegeven dat de Staatssecretaris van oordeel was dat het jonge stel in staat moet worden geacht weerstand te kunnen bieden tegen de wens van de beide families en dat zij dan ook in staat moeten worden geacht hun dochter zelf te beschermen. Zij zijn immers de ouders die bepalen of hun dochter al dan niet besneden wordt.

Tijdens het schrijven van de vorige blog lag de zaak onder de rechter. Inmiddels heeft de rechtbank uitspraak gedaan en hierna volgt dan ook, zoals beloofd, de afloop van deze zaak.

De rechtbank

In de beslissing van de rechtbank staat het volgende te lezen:

De Staatssecretaris heeft aan zijn besluit ten grondslag gelegd dat er geen sprake is van en reëel en voorzienbaar risico op handelen in strijd met artikel 3 EVRM (dit houdt in dat de Staatssecretaris van oordeel is dat er geen risico bestaat op een onmenselijke behandeling in de zin van het Europees Verdrag van de Rechten van de Mens) omdat de ouders zich aan de besnijdenis van hun dochter kunnen onttrekken. De ouders zijn immers bepalend voor de beslissing of hun dochter wordt besneden. Niet de beide families

Vervolgens geeft de rechtbank haar oordeel hierover:

De rechtbank is van oordeel dat de Staatssecretaris dat in dit geval onvoldoende heeft gemotiveerd. Uit informatie volgt weliswaar dat in het algemeen er voldoende aanleiding is voor dit standpunt van de Staatssecretaris maar in dit specifieke geval is onvoldoende gemotiveerd dat enkel de opvattingen van de ouders bepalend zijn. Daarbij acht de rechtbank van belang dat de dreiging voor de besnijdenis van hun dochter uit beide families komt. Ook is gebleken dat beide families al handelingen hebben gepland en uitgevoerd voor het laten besnijden van de dochter.

Zij hebben de ouders onder valse redenen naar Soedan gelokt, hebben hen uit elkaar gehaald en zijn begonnen met de voorbereidingen voor de besnijdenis zonder medeweten van de ouders, terwijl zij wisten dat de ouders hun dochter niet willen laten besnijden. Hieruit volgt dat de families de wensen van de ouders niet respecteren. De vlucht van de ouders uit Soedan heeft dat probleem vervolgens niet opgelost. Integendeel: nadat de ouders bij hun families waren vertrokken, ontvingen zij een aantal bedreigende berichten. Hieruit blijkt dat de families van de ouders vastberaden zijn om de dochter te laten besnijden. De Staatssecretaris heeft onvoldoende gemotiveerd hoe de ouders onder deze omstandigheden hun dochter tegen de besnijdenis zouden kunnen beschermen. Dat de ouders hoogopgeleid zijn en zelf konden kiezen voor hun huwelijk en voor emigratie naar de Verenigde Arabische Emiraten is onvoldoende om te concluderen dat zij zich aan de dreiging konden onttrekken.

De rechtbank verklaart het beroep gegrond en de Staatssecretaris zal nieuwe besluiten op de asielaanvragen van de ouders moeten nemen met inachtneming van deze uitspraak”.

En nu?

Dit betekent dat de rechtbank van oordeel is dat er een nieuwe beslissing moet komen en dat de Staatssecretaris de uitspraak van de rechtbank in acht moet nemen bij het nemen van deze nieuwe beslissing. De eerste “overwinning” voor de ouders is behaald, maar het is nu wachten op de Staatssecretaris die een nieuwe beslissing moet nemen.

De ouders zullen, zoals al eerder aangegeven, blijven vechten voor de veiligheid van hun kind en de bescherming te krijgen die zij nodig hebben.

Wederom: wordt vervolgd!

 

 

De beëindigingsovereenkomst

Er zijn verschillende manieren waarop een arbeidsovereenkomst kan worden beëindigd. Bijvoorbeeld doordat een werkgever een ontslagvergunning bij het UWV heeft gekregen om de arbeidsovereenkomst te beëindigen en vervolgens overgaat tot opzegging. Daarnaast kan de kantonrechter ook de arbeidsovereenkomst ontbinden. Verreweg de meeste arbeidsovereenkomsten worden op dit moment echter beëindigd via een zogenaamde beëindigingsovereenkomst dan wel (ook wel genoemd vaststellingsovereenkomst).

Inhoud vaststellingsovereenkomst

In zo’n overeenkomst worden onder meer de navolgende onderwerpen opgenomen:

  • Datum van beëindiging van de arbeidsovereenkomst;
  • De eventueel aan de werknemer toekomende ontslagvergoeding;
  • De verplichtingen van de werkgever tot einde dienstverband (bijvoorbeeld doorbetaling van salaris);
  • De verplichtingen van de werknemer tot einde dienstverband (al of niet vrijstelling van werk en/of het opnemen van de vakantiedagen);
  • De eindafrekening;
  • Het eventuele verval van een relatie- of concurrentiebeding;
  • De slotbepalingen, waaronder de geheimhoudingsverplichting en de finale kwijtingsregeling.

Indien u als werkgever een arbeidsovereenkomst met een werknemer wenst te beëindigen via een beëindigings-/vaststellingsovereenkomst of u als werknemer zo’n overeenkomst ter ondertekening krijgt voorgelegd dan is het van het allergrootste belang om te laten toetsen door een deskundige of de beëindigingsovereenkomst aan alle vereisten voldoet.

Aandachtspunten

Het is van belang om de zogenaamde fictieve opzegtermijn te overbruggen, zodat de werknemer na beëindiging van de arbeidsovereenkomst in aanmerking komt voor WW.

In veel gevallen is het niet mogelijk om met een zieke werknemer een beëindigingsovereenkomst te sluiten, omdat de werknemer daarbij het risico loopt dat hij geen uitkering van het UWV ontvangen in verband met een benadelingshandeling.

Als werkgever is het van belang om uitdrukkelijk in de vaststellingsovereenkomst op te laten nemen dat ten tijde van het ondertekenen van de overeenkomst de werknemer arbeidsgeschikt is.

Het is dus voor zowel werkgever als werknemer van belang en sterk aan te raden om de vaststellingsovereenkomst door een juridisch deskundige te laten opstellen dan wel op inhoud te laten toetsen.

Binnen ons kantoor zijn mr. M.N. van Geenen en mevrouw J.M.P. Custers arbeidsrechtspecialisten en daarvoor de aangewezen personen.

De rol van het kind (deel 1/3): het kindgesprek

Een veelgehoord misverstand bij ouders is dat hun kinderen vanaf 12 jaar mogen ‘kiezen’ bij wie ze wonen of hoe de omgang moet gaan. Kinderen vanaf 12 jaar worden door de rechter gehoord; zij mogen hun mening geven. De rechter is en blijft echter degene die de beslissing neemt en die kan afwijken van de wens van een kind.

De laatste jaren is er wel steeds meer aandacht voor de rol van het kind in familierechtelijke procedures. Eén van de manieren waarop dit wordt vormgegeven is het ‘kindgesprek’.

Wat is een kindgesprek?

Het woord zegt het al: een kindgesprek is een gesprek met een kind. Als er een procedure loopt, dan gaat de behandelend rechter in gesprek met eventuele minderjarige kinderen van de ouders. Dit is geen ‘verhoor’, maar een informeel gesprekje tussen een rechter en een kind.

Wanneer vindt een kindgesprek plaats?

Een kindgesprek vindt alleen plaats als er een procedure loopt. Daarbij worden kinderen vanaf 12 jaar standaard gehoord door rechters. Bij procedures over kinderalimentatie worden kinderen vanaf 16 jaar gehoord.

Steeds vaker worden echter ook kinderen jonger dan 12 jaar uitgenodigd voor een kindgesprek, als zij in staat zijn om een (weloverwogen) mening te vormen. Er is zelfs een pilot geweest waarbij kinderen vanaf 8 jaar standaard opgeroepen werden voor een kindgesprek. Voor nu is dat nog niet definitief doorgevoerd, zodat alleen kinderen vanaf 12 jaar standaard worden opgeroepen. Voor jongere kinderen kan het wel worden gevraagd aan de rechter.

Denkt u dat het voor uw kind belangrijk is om gehoord te worden door de rechter? Geef dat dan aan, zodat dit gevraagd kan worden.

De uitnodiging

Een kind krijgt zelf een uitnodiging van de rechtbank voor het kindgesprek. Deze brief is op een begrijpelijke manier geschreven en hierin wordt ook uitgelegd waarom er een procedure loopt.

Als een kind liever niet naar de rechter toe wil om zijn of haar mening kenbaar te maken, dan kan dit ook schriftelijk. Ieder kind mag een brief schrijven aan de rechter met daarin zijn of haar mening. Deze brief wordt niet naar de ouders gestuurd en deze wordt ook niet aan hen voorgelezen.

Hoe verloopt een kindgesprek?

Ook de invulling van het kindgesprek ontwikkelt zich steeds verder. Voorheen werden de kinderen in de zittingszaal gehoord, waarbij de rechter in toga zat. Hierdoor leek het soms meer op een verhoor, dan een kindgesprek. Tegenwoordig vindt het gesprek plaats in een aparte (kindvriendelijke) kamer en zit de rechter niet meer in toga.

Het gesprek is er vooral op gericht om kinderen de gelegenheid te geven om hun mening kenbaar te maken bij degene die een beslissing gaat nemen. Broertjes en zusjes hebben in principe allemaal individueel een gesprek met de rechter, maar als de kinderen dat zelf graag willen, kan het gesprek gezamenlijk plaatsvinden. De ouders zijn in ieder geval nooit bij het gesprek aanwezig.

Na het kindgesprek

Na afloop van het gesprek wordt er een samenvatting gemaakt. Deze samenvatting wordt met het kind doorgesproken en eventueel nog aangepast. Het kind mag dan ook aangeven of er dingen zijn waarvan hij of zij liever niet wil dat ouders dat horen. Tijdens de daadwerkelijke zitting vertelt de rechter kort en zakelijk aan de ouders wat het kind heeft aangegeven. Als een kind heel uitdrukkelijk heeft aangegeven dat hij of zij niet wil dat de ouders dit weten, dan zal de rechter daarmee rekening houden.

Hoewel de rechter rekening houdt met de mening van het kind, is het nog altijd de rechter die de beslissing neemt. De beslissing hoeft dan ook niet per se overeen te komen met hetgeen het kind heeft aangegeven. De rechter beslist op basis van het belang van het kind en soms is dat iets anders dan wat een kind wil.

Tot slot

De rol van kinderen wordt steeds serieuzer genomen. Er zijn zelfs al (buitenlandse) rechters die hun beslissingen op een kindvriendelijke manier schrijven, zodat kinderen begrijpen wat er is beslist en waarom dat zo is beslist. In Nederland gebeurt dit (nog) niet standaard, maar steeds vaker vraagt de rechter wel aan (één van) de ouders om de beslissing met hun kind te bespreken. Op deze manier weet het kind in ieder geval wat er is beslist en wat er met hun mening is gedaan.

Heeft u vragen over een kindgesprek? Of wilt u weten wat de rol van uw kinderen is? Neem dan gerust contact op. In mijn volgende blog vertel ik meer over de bijzondere curator die een kind kan vertegenwoordigen bij de rechtbank.

Asielrecht….Asielzoekers…

Niet echt een onderwerp waar het merendeel van onze cliënten en website-bezoekers mee te maken krijgt, maar wel een onderwerp waar iedereen in Nederland een mening over heeft! Het asielrecht is een specialisme binnen ons kantoor en het is echt de moeite waard om er meer over te lezen; vandaar deze blog.

Politiek en media

In het algemeen bestaat de gedachte dat iedereen maar asiel kan krijgen en een verblijfsvergunning krijgt in Nederland. Deze gedachte wordt gevoed door de media en de politiek doordat bepaalde invloedrijke mensen in de politiek hun mening via de media delen. Ze geven ons, Nederlanders, het gevoel dat deze asielzoekers onze banen inpikken, strafbare feiten plegen en onrust veroorzaken door hun geloof (vaak de Islam) te belijden en uit te dragen. Niets is echter minder waar!

Verblijfsvergunning op grond van asiel

Wat iedereen moet weten is dat een verblijfsvergunning op grond van asiel niet snel wordt verleend. Alleen wanneer men terecht vreest voor vervolging vanwege zijn/haar ras, godsdienst, nationaliteit, politieke overtuiging of het behoren tot een bepaalde sociale groep, kan men als vluchteling worden aangemerkt. Ook als je terechte vrees hebt voor een onmenselijke behandeling in je land van herkomst, kun je een verblijfsvergunning krijgen op grond van asiel.

De Immigratie- en Naturalisatie Dienst (IND) neemt, namens de Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie, een beslissing op deze asielaanvragen. We kennen allemaal de grote hoeveelheid Syriërs die een verblijfsvergunning krijgen vanwege de oorlog in Syrië en we vinden het over het algemeen gelukkig ook terecht dat deze mensen in Nederland de bescherming krijgen die ze in hun eigen land missen. Maar de verhalen van mensen uit andere, vaak onbekendere landen, worden vrijwel nooit besproken in de media.

Graag wil ik hierna dan ook een zaak bespreken die aandacht nodig heeft, omdat we allemaal een dochter, een zoon, een broer, een zus of een vader of moeder zijn en we vooral vanuit dat oogpunt eens moeten kijken naar de asielzoeker.

Uit de praktijk

In deze zaak, welke uiteraard niet is verzonnen en daadwerkelijk op dit moment speelt, gaat het om een jong stel uit Soedan met een zoontje van 4 jaar en een dochtertje van 1,5 jaar oud. Ze zijn afkomstig uit Soedan maar wonen tijdelijk in de Verenigde Arabische Emiraten omdat hij een baan heeft aldaar. Ze hebben het goed en zijn gelukkig samen. Totdat ze plotseling tijdens een vakantie een telefoontje krijgen van zijn familie dat zijn vader op sterven ligt in Soedan. Ze breken hun vakantie met het gezin meteen af en reizen met spoed naar Soedan. Daar aangekomen blijkt er niets aan de hand te zijn met vader; het gezin is naar Soedan “gelokt”. Wat blijkt: de familie wil dat het dochtertje van 1 jaar oud wordt besneden, zoals alle andere vrouwen in beide families ook besneden zijn.

Het jonge stel wil en kan hier echter niet mee instemmen. De vrouw is zelf als jong meisje besneden en is daardoor voor haar leven getekend; ze is verminkt en zal hier haar hele leven de gevolgen van ondervinden. In het verleden heeft zij zelfs een zusje verloren doordat zij bij de besnijdenis teveel bloed had verloren. De familie onderneemt echter tijdens hun verblijf in Soedan allerlei acties waarmee zij de besnijdenis voorbereiden. Het stel is bang en vreest voor het leven van hun kind; de ouders zijn bang dat de familie het meisje meeneemt en laat besnijden tegen hun wil. De families van de man als de vrouw staan als één front tegenover het jonge stel dat daardoor geen kant op kan; ze hebben geen keus dan te doen alsof ze instemmen. Die nacht vlucht het gezin…en vervolgens komen ze aan in Nederland…

Beslissing IND

Ik denk dat vrijwel iedereen het met mij eens zal zijn dat deze mensen hier de bescherming moeten krijgen waar zij om vragen. Helaas denkt de Staatssecretaris daar anders over. Die vindt dat het jonge stel in staat moet worden geacht om hun dochter te beschermen tegen de invloeden van de families en de gemeenschap in Soedan. Zij kunnen als ouders voorkomen dat hun dochter besneden wordt als zij dit willen, aldus de Staatssecretaris.

Het lijkt erop dat we in ons land vergeten zijn wat de invloed kan zijn van familie, van een gemeenschap. Er was een tijd dat die invloeden ook bij ons zo groot waren. Bij ons is dit weliswaar veranderd, maar in sommige landen en culturen zijn deze invloeden onverminderd groot. Iedere ouder zal bevestigen dat hij ver zou gaan voor de veiligheid van zijn kind. Daar doe je alles voor, dus ook alles achterlaten wat je lief is; je huis, je baan, je familie en je land. Alles om je kind de bescherming te bieden dat het nodig heeft. Dat is precies wat ook dit jonge stel heeft gedaan.

En daar staan ze dan, in Nederland, een land van verdraagzaamheid, saamhorigheid, en rechtvaardigheid. Althans dat denken we allemaal. De ouders worden echter keihard afgewezen en worden geacht terug te keren naar Soedan en hun kind zelf te beschermen tegen deze vreselijke dreiging te worden verminkt. Wat mij betreft onbegrijpelijk.

De zaak ligt nog bij de rechter. U begrijpt dat deze mensen zich niet kunnen neerleggen bij de beslissing van de Staatssecretaris en dat zij ook in juridische zin ver zullen gaan om de bescherming te krijgen die hun kind nodig heeft!

Wordt vervolgd dus….