Iedereen heeft recht op een afdoening van zijn zaak binnen een redelijke termijn

Eerder schreef ik een blog over de afhandeling van een strafzaak ‘binnen een redelijke termijn’ (https://www.lina-advocaten.nl/hoe-lang-kan-de-officier-van-justitie-een-strafzaak-laten-liggen-voordat-de-rechter-daar-consequenties-aan-verbindt/).

Onlangs heeft de Rechtbank Limburg in een zaak van een cliënt van ons kantoor een bijzondere uitspraak gedaan over dit onderwerp. Wat was de situatie?

Door de politie was een financieel onderzoek ingesteld naar onze cliënt, hij werd toen verdacht van de handel in softdrugs. Dat financieel onderzoek werd op 19 juni 2012 gesloten. Onze cliënt werd door de rechtbank op 22 december 2017 veroordeeld voor de handel in softdrugs.

De officier van justitie stelt vervolgens op 16 december 2019 een vordering in ‘tot het ontnemen van wederrechtelijk verkregen voordeel’: de officier van justitie wil geld van onze cliënt hebben dat hij verdiend zou hebben met de handel in softdrugs in de periode van 1 oktober 2009 t/m 29 oktober 2009.

In de wet staat dat zo’n vordering tot het ontnemen van wederrechtelijk verkregen voordeel ‘zo spoedig mogelijk’ dient te worden ingediend bij de rechtbank. Omdat het onderzoek al in 2012 klaar was en cliënt al in 2017 werd veroordeeld is er geen enkele reden waarom zo lang gewacht moest worden met het indienen. De rechtbank verklaart de officier van justitie vervolgens niet-ontvankelijk en daarmee eindigt de zaak, althans voor nu.

Bijzonder zijn de overwegingen van de rechtbank:

‘De officier van justitie heeft ter terechtzitting aangegeven dat het geen uitzondering is dat dit soort vorderingen in een laat stadium bij de officieren van justitie terecht komen. Naar het oordeel van de rechtbank treft het Openbaar Ministerie hiervoor geen blaam. Zij ziet dit als een gevolg van de aanslag op de rechtstaat door de politie die al jaren aan de gang is in de vorm van vergaande bezuinigingen op de justitiële keten. Dit is een consequentie van de huidige politieke keuzes. Dit mag echter niet voor rekening en risico van -in dit geval- Y. komen, maar komt voor rekening en risico van de Staat.’

De rechtbank geeft hiermee m.i. een heel duidelijk signaal af en op een manier die we maar weinig zien in de rechtspraak. De officier van justitie is in hoger beroep gegaan tegen de niet-ontvankelijkheid. Het is nu afwachten of de Raadsheren bij het gerechtshof in Den Bosch zich ook zo zullen uitlaten over de vergaande kaalslag die heeft plaatsgevonden binnen de justitiële keten of dat men de oren toch laat hangen naar diezelfde politiek. Er komt dus een vervolg maar dat zal ongetwijfeld geruime tijd op zich laten wachten..

Kijk voor de hele uitspraak op: https://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ECLI:NL:RBLIM:2020:1745

Mr. Geeratz: Afsteken Cobra 6 in woning agent is geen doodslag

Bron: De Limburger, 10-07-2019

Zou het afsteken en in de woning van een agent gooien van een Cobra 6 moeten leiden tot een veroordeling voor poging doodslag? Mr. Geeratz betoogde gisteren van niet. Los van het feit dat cliënt ontkent dit gedaan te hebben, is mr. Geeratz ervan overtuigd dat poging doodslag niet bewezen kan worden.

Lees het volledige artikel hier.