Maken we in Nederland echt een inhaalslag wat betreft de toekenning van smartengeld?

Door: Susan Philippi    12 maart 2019

Eerder dit jaar werd in een Limburgse krant een artikel gepubliceerd, waarin werd geschreven dat rechters in Nederland aan een inhaalslag bezig zijn op het gebied van smartengeld. Dit zou vooral de strafrechters betreffen, die een slachtoffer een schadevergoeding kunnen toewijzen in het strafproces.

Inhaalslag in Nederland?

Nederland lag qua smartengeld bedragen ver achter op de ons omringende landen, om nog maar niet te spreken van het smartengeld in de Verenigde Staten. Als letselschade advocaat heb ik van deze inhaalslag nog niet veel gemerkt. Strafrechters zijn juist erg terughoudend bij het toewijzen van smartengeld. Bij een hogere vordering zeggen deze rechters al snel dat dit een te grote belasting van het strafproces betekent. Het zou te moeilijk zijn om tijdens het strafproces te bepalen hoe hoog het smartengeld daadwerkelijk moet zijn. Strafrechters volstaan dan met het toewijzen van een (klein) deel van het gevorderde smartengeld en spreken uit dat het slachtoffer de rest maar moet gaan ‘halen’ bij de dader via de civiele rechter. In de praktijk betekent dit dat slachtoffers zelden het volledige bedrag aan smartengeld krijgen dat hun toekomt, omdat daders vaak een spreekwoordelijke “kale kip” blijken te zijn.

Smartengeldgids

Waar baseert een letselschade advocaat de hoogte van het smartengeld eigenlijk op? Hiervoor hebben wij de Smartengeldgids. De Smartengeldgids is een jaarlijks opnieuw gepubliceerd boek, waarin uitspraken van rechters zijn opgenomen met betrekking tot smartengeld in verschillende zaken. In dit boek zijn uitspraken te vinden over allerlei soorten ongevallen en geweldsmisdrijven.

In Nederland hebben wij de gewoonte om aan te sluiten bij de bedragen in dit boek. Rechters houden hier soms zelfs krampachtig aan vast. Alleen de indexering kan voor verhoging van het bedrag zorgen. Op dit gebied valt voor slachtoffers dan ook nog veel winst te behalen: Nederland moet van zijn angst voor hoge schadevergoedingen af.

Erkenning slachtoffers

Langzaam is Nederland wel op weg naar meer erkenning voor slachtoffers. Op 1 januari 2019 is het wetsvoorstel Affectieschade in werking getreden. Hiermee kunnen naasten en nabestaanden van slachtoffers van ongevallen of geweldsmisdrijven een vorm van smartengeld vorderen bij de aansprakelijke partij (zogenoemde “affectieschade”). Dit zijn bij wet vastgestelde bedragen, waarvan niet kan worden afgeweken. Ook kan niet iedereen deze affectieschade ‘zomaar’ vorderen. De wet bepaalt specifiek wie eventueel recht heeft op affectieschade. Het is wellicht een kleine stap, maar het heeft jaren geduurd voordat dit wetsvoorstel er eindelijk door was. Tot 1 januari 2019 bestond er in Nederland geen recht op enige affectieschade.

Hoewel Nederland dus wel op de goede weg is kan van een inhaalslag (nog) niet worden gesproken.

Bent u slachtoffer van een ongeval of geweldsmisdrijf en wilt u weten of u aanspraak kunt maken op smartengeld? Neem gerust contact op met een van onze letselschadeadvocaten.


Door: Susan Philippi