Asielrecht….Asielzoekers… Deel II

Door: Mw. mr. J.H.M. Handring (Jasmine)    8 maart 2018

Enige tijd geleden heb ik een blog geschreven over een jong gezin uit Soedan. Kort gezegd kwam het erop neer dat het gezin is gevlucht uit Soedan vanwege de dreiging dat hun jonge dochter van 1,5 jaar zou worden besneden. Zoals aangegeven zijn beide ouders fel tegen deze besnijdenis maar zijn zij niet in staat gebleken hun dochter te beschermen tegen deze dreiging, die afkomstig was van de familie van zowel de man als de vrouw.

In mijn vorige blog is aangegeven dat de Staatssecretaris van oordeel was dat het jonge stel in staat moet worden geacht weerstand te kunnen bieden tegen de wens van de beide families en dat zij dan ook in staat moeten worden geacht hun dochter zelf te beschermen. Zij zijn immers de ouders die bepalen of hun dochter al dan niet besneden wordt.

Tijdens het schrijven van de vorige blog lag de zaak onder de rechter. Inmiddels heeft de rechtbank uitspraak gedaan en hierna volgt dan ook, zoals beloofd, de afloop van deze zaak.

De rechtbank

In de beslissing van de rechtbank staat het volgende te lezen:

De Staatssecretaris heeft aan zijn besluit ten grondslag gelegd dat er geen sprake is van en reëel en voorzienbaar risico op handelen in strijd met artikel 3 EVRM (dit houdt in dat de Staatssecretaris van oordeel is dat er geen risico bestaat op een onmenselijke behandeling in de zin van het Europees Verdrag van de Rechten van de Mens) omdat de ouders zich aan de besnijdenis van hun dochter kunnen onttrekken. De ouders zijn immers bepalend voor de beslissing of hun dochter wordt besneden. Niet de beide families

Vervolgens geeft de rechtbank haar oordeel hierover:

De rechtbank is van oordeel dat de Staatssecretaris dat in dit geval onvoldoende heeft gemotiveerd. Uit informatie volgt weliswaar dat in het algemeen er voldoende aanleiding is voor dit standpunt van de Staatssecretaris maar in dit specifieke geval is onvoldoende gemotiveerd dat enkel de opvattingen van de ouders bepalend zijn. Daarbij acht de rechtbank van belang dat de dreiging voor de besnijdenis van hun dochter uit beide families komt. Ook is gebleken dat beide families al handelingen hebben gepland en uitgevoerd voor het laten besnijden van de dochter.

Zij hebben de ouders onder valse redenen naar Soedan gelokt, hebben hen uit elkaar gehaald en zijn begonnen met de voorbereidingen voor de besnijdenis zonder medeweten van de ouders, terwijl zij wisten dat de ouders hun dochter niet willen laten besnijden. Hieruit volgt dat de families de wensen van de ouders niet respecteren. De vlucht van de ouders uit Soedan heeft dat probleem vervolgens niet opgelost. Integendeel: nadat de ouders bij hun families waren vertrokken, ontvingen zij een aantal bedreigende berichten. Hieruit blijkt dat de families van de ouders vastberaden zijn om de dochter te laten besnijden. De Staatssecretaris heeft onvoldoende gemotiveerd hoe de ouders onder deze omstandigheden hun dochter tegen de besnijdenis zouden kunnen beschermen. Dat de ouders hoogopgeleid zijn en zelf konden kiezen voor hun huwelijk en voor emigratie naar de Verenigde Arabische Emiraten is onvoldoende om te concluderen dat zij zich aan de dreiging konden onttrekken.

De rechtbank verklaart het beroep gegrond en de Staatssecretaris zal nieuwe besluiten op de asielaanvragen van de ouders moeten nemen met inachtneming van deze uitspraak”.

En nu?

Dit betekent dat de rechtbank van oordeel is dat er een nieuwe beslissing moet komen en dat de Staatssecretaris de uitspraak van de rechtbank in acht moet nemen bij het nemen van deze nieuwe beslissing. De eerste “overwinning” voor de ouders is behaald, maar het is nu wachten op de Staatssecretaris die een nieuwe beslissing moet nemen.

De ouders zullen, zoals al eerder aangegeven, blijven vechten voor de veiligheid van hun kind en de bescherming te krijgen die zij nodig hebben.

Wederom: wordt vervolgd!

 

 


Door: Mw. mr. J.H.M. Handring (Jasmine)