Word jij onze nieuwe collega?

(JURIDISCH) SECRETARESSE (32 uur per week, in ieder geval beschikbaar op woensdag, donderdag en vrijdag)

Ben jij gedreven, enthousiast, representatief en heb je secretariële ervaring (bij voorkeur in de advocatuur), dan zijn wij op zoek naar jou.

Wij zoeken iemand die:

  • van aanpakken weet;
  • communicatief sterk is;
  • collegiaal is;
  • praktisch is ingesteld;
  • accuraat is;
  • meedenkt.

Kortom, een duizendpoot die breed inzetbaar is.

Werkzaamheden:

Als juridisch secretaresse voer je (grotendeels zelfstandig) ondersteunende werkzaamheden uit voor het kantoor en de advocaten. Jouw taken bestaan onder meer uit het uitwerken van dictaten, het helpen met het afronden van processtukken, het structureren van dossiers, het behandelen van post, het ontvangen van cliënten en het beantwoorden van de telefoon.

Vereisten:

MBO/HBO werk- en denkniveau;

1-3 jaar relevante werkervaring binnen de zakelijke dienstverlening;

Uitstekende beheersing van MS Office;

Uitstekende beheersing van de Nederlandse taal in woord en geschrift;

Kennis van de Duitse taal is een pré.

Sollicitatie:

Stuur je reactie vóór 20 september 2017 aan:

Mw. E. (Emily) Joosten

info@lina-advocaten.nl

Kijk voor nadere informatie op onze website www.lina-advocaten.nl of neem telefonisch contact op onder telefoonnummer: 077 – 351 10 42.

Help, een ander land wil mijn overlevering!

Als je verdacht wordt van een strafbaar feit in een ander EU-land, dan kan dat land vragen om je over te leveren. Het doel van die overlevering is dan de vervolging voor die zaak: je zult daar voor de rechter moeten verschijnen. Ook als je al veroordeeld bent door een buitenlandse rechter kan dit land om je overlevering verzoeken, maar dan om de straf uit te zitten. Hoe gaat dit, wat gaat er gebeuren en wat is ertegen te doen?

Europees Arrestatiebevel

Binnen de Europese Unie zijn tussen landen onderling afspraken gemaakt over de strafvervolging van personen, maar ook over de executie van een straf die is opgelegd in een ander land. Word je verdacht van het plegen van een strafbaar feit in een ander EU-land of ben je daar veroordeeld, dan kan dat land een Europees Arrestatie Bevel (EAB) uitvaardigen. Dit betekent dat je binnen Europa ‘gesignaleerd staat’ en dat politiediensten je naam tegen zullen komen bij een check op bijvoorbeeld het vliegveld of tijdens een verkeerscontrole. Je zult dan worden aangehouden en gaat vervolgens in Overleveringsdetentie.

Heb je een vaste woonplaats in Nederland, dan zal de politie op enig moment aan de deur komen en je aanhouden.

Gebeurt dit in Nederland? Dan zal vrijwel direct na je aanhouding de vraag gesteld worden of je instemt met ‘de verkorte procedure’ of dat je voor ‘de normale procedure’ kiest. Het is belangrijk om geen keuze te maken voordat je met een advocaat hebt gesproken! Lang niet alle advocaten hebben ervaring met overleveringszaken, dus ben kritisch naar de advocaat toe. Heeft hij of zij geen ervaring met overleveringszaken of twijfel je over de kwaliteit van de advocaat? Doe dan een beroep op ons: bel met ons kantoor of rechtstreeks met 1 van onze advocaten.

De verkorte en de normale procedure

Indien je kiest voor de verkorte procedure doe je afstand van alle rechten die je op basis van de WETS/WOTS mogelijk hebt. Dit betekent dat je binnen enkele uren/dagen daadwerkelijk zult worden overgedragen aan de verzoekende autoriteit. Er komt dan in Nederland geen rechter aan te pas.

Voordeel: je bent razendsnel in het land dat verzocht heeft om je overlevering.

Nadelen: Je doet afstand van het specialiteitsbeginsel en een eventuele terugkeergarantie.

Wat zijn nu het specialiteitsbeginsel en die terugkeergarantie?

Het specialiteitsbeginsel betekent dat de Nederlandse rechter vaststelt voor welke feiten of welk feit je in het verzoekende land terecht mag staan. Het verzoekende land mag in dat geval geen feiten daaraan toevoegen. Dat kan dus in je voordeel zijn. Mocht het land dat verzocht heeft om je overlevering er tijdens het onderzoek in dat land achter komen dat er toch nog meer feiten zijn waarvan je verdacht wordt, dan kunnen ze je daarvoor op dat moment niet vervolgen.

Wel kan het verzoekende land aan Nederland vragen om aanvullende toestemming om je alsnog voor die andere, nieuwe feiten te vervolgen. De Nederlandse autoriteiten moeten daar dan toestemming voor geven.

De terugkeergarantie is een regeling die ervoor bedoeld is om je ervan te verzekeren dat je, nadat je eventueel bestraft bent, je straf in Nederland mag uitzitten. Voor veel landen is die garantie eigenlijk een beetje overbodig omdat die landen Nederlanders op basis van de WETS hoe dan ook terugsturen voor de executie van de straf, maar dat geldt nog lang niet voor alle landen! Los daarvan is de garantie van groot belang voor Nederlanders zonder de Nederlandse nationaliteit. Ook die kunnen onder omstandigheden aanspraak maken op de terugkeergarantie.

De conclusie is dat de verkorte procedure eigenlijk slechts in uitzonderingsgevallen een verstandige keuze is. Daarbij is het zo dat je ook tijdens de normale procedure op elk moment kunt aangeven dat je alsnog voor de verkorte procedure kiest.

Aangehouden

Ben je aangehouden op basis van een EAB, dan zul je binnen drie dagen worden overgebracht van het politiebureau waar je na je aanhouding verblijft, naar de rechtbank te Amsterdam. Daar zul je worden voorgeleid voor de Officier van Justitie of de Rechter-Commissaris. Deze zullen toetsen of de aanhouding terecht is geweest. Op dat moment kan ook een verzoek worden gedaan om de overleveringsdetentie te schorsen. Je kunt dan de behandeling van het EAB door de rechtbank in vrijheid afwachten. Er worden doorgaans wel voorwaarden verbonden aan zo’n schorsing. Het is belangrijk dat de advocaat een verzoek tot schorsing voorbereidt.

Ben je geschorst of zit je in overleveringsdetentie, dan zal de Officier van Justitie je zaak voorleggen aan de rechtbank in Amsterdam. Normaal zal de zaak dan binnen enkele weken moeten worden behandeld. De rechtbank moet dan beslissen of de overlevering wordt toestaan of niet. De rechtbank zal daarbij een aantal formaliteiten toetsen, waaronder de terugkeergarantie, en vervolgens na 14 dagen uitspraak doen. Tot het moment van de uitspraak blijf je normaliter geschorst. Op de dag van de uitspraak moet je wel aanwezig zijn. Wordt de overlevering toegestaan? Dan zal de schorsing direct worden opgeheven en zul je worden vastgenomen. De daadwerkelijke overlevering zal dan binnen 10 dagen moeten plaatsvinden. Het is dus verstandig om de nodige spullen voor je verblijf in detentie mee te nemen naar de zitting waarin je de uitspraak zult horen!

In de tussentijd

Vanaf het moment dat je bent aangehouden voor een EAB is het van belang om rekening te houden met de overleving. Je zult de zaak in dat andere land dan ook moeten voorbereiden. Het is verstandig om al een advocaat te hebben en daarmee overleg te voeren.

Wij werken samen met verschillen advocaten in verschillende landen, zodat je verzekerd bent van deskundige rechtsbijstand als je aankomt in het land dat om je overlevering heeft verzocht. Als het nodig is komt de betreffende advocaat eventueel naar Nederland voor overleg, dat dan gewoon bij ons op kantoor kan plaatsvinden. Een van onze advocaten kan daarbij aanwezig zijn, eventueel met een tolk.

Na de overlevering

Na de overlevering is het verstandig om contact te houden met ons kantoor totdat alles achter de rug is en de terugkeer in Nederland een feit is. We kunnen eventueel contact houden met de buitenlandse advocaat om bijvoorbeeld de familie op de hoogte te houden. Ook bezoeken we regelmatig cliënten in het buitenland, waarbij we samen met de buitenlandse advocaat het dossier doornemen en de zaak voorbereiden. Dat kan ertoe leiden dat we tevens aanwezig zijn bij de terechtzitting.

Overlevering is een gespecialiseerd rechtsgebied, dus zorg voor deskundige rechtsbijstand als u hiermee in aanraking komt! Heeft u vragen, neem dan contact op met ons kantoor.

 

 

Hoge Raad doet uitspraak over kindgebonden budget bij partneralimentatie

Sinds januari 2015 is er veel commotie over de wijziging van het kindgebonden budget (en de alleenstaande ouderkop) en de invloed daarvan op alimentatie. Met de uitspraak van de Hoge Raad van 9 oktober 2015 leek aan die discussie eindelijk een einde te komen, maar niets bleek minder waar. De discussie over het kindgebonden budget bij partneralimentatie laaide op. Nu heeft de Hoge Raad ook daarover duidelijkheid gegeven en lijkt de lucht eindelijk geklaard.

Wat was er aan de hand?

In januari 2015 werd het kindgebonden budget aanzienlijk verhoogd. Met de toenmalige wijze van alimentatie berekenen betekende dat dat er vaak ineens geen kinderalimentatie hoefde te worden betaald, omdat de kosten van de kinderen gedekt werden door het kindgebonden budget. Hiermee ontliep de niet‑verzorgende ouder in feite de alimentatieverplichting, terwijl de overheid daarvoor in de plaats moest voorzien in de kosten van de kinderen.

Naar aanleiding van die discussie ontstond er rechtsongelijkheid binnen Nederland, omdat de diverse rechtbanken in Nederland anders met de situatie omgingen. Hierdoor had een verzorgende ouder bij de Rechtbank Den Haag bijvoorbeeld recht op kinderalimentatie, terwijl een andere verzorgende ouder met exact hetzelfde inkomen en dezelfde omstandigheden bij de Rechtbank Roermond geen kinderalimentatie kreeg. Uiteindelijk heeft de Hoge Raad op 9 oktober 2015 beslist dat het kindgebonden budget wordt opgeteld bij het inkomen van de verzorgende ouder en dat hiermee dus niet volledig in de kosten van de kinderen kon worden voorzien.

Discussie kindgebonden budget bij partneralimentatie

Kort daarna ontstond de discussie hoe dit kindgebonden budget dan meegenomen moest worden in de berekening van de partneralimentatie. Moest het daarvoor ook opgeteld worden bij het inkomen van de verzorgende ouder of was het dan toch een voorziening bedoeld om te voorzien in de kosten van de kinderen?

Waarom is dit relevant? Het recht op partneralimentatie bestaat alleen als de ander niet in staat is om met het eigen inkomen te voorzien in de eigen kosten van levensonderhoud. Dan is het natuurlijk wel relevant om te weten of hier het kindgebonden budget bij mag worden opgeteld. Om een voorbeeld te geven: stel dat Lisa en Tom gaan scheiden. Er wordt vastgesteld dat Lisa een behoefte heeft van € 1.500,00 netto per maand. Zij heeft een inkomen van € 1.300,00 netto per maand en ontvangt daarnaast een kindgebonden budget van € 340,00 per maand. Als het kindgebonden budget bij haar inkomen moet worden opgeteld, heeft zij in feite een inkomen van € 1.640,00 netto per maand en hiermee kan zij in haar eigen behoefte voorzien. In dat geval krijgt Lisa geen partneralimentatie. Als het kindgebonden budget niet meetelt heeft zij een inkomen van € 1.300,00 netto per maand en zou zij behoefte hebben aan een partneralimentatie van € 200,00 netto per maand.

Over het voorgaande is opnieuw rechtsongelijkheid ontstaan binnen Nederland, wat betekende dat het verschil kon maken of u een verzoek tot partneralimentatie deed bij de Rechtbank Den Haag of de Rechtbank Roermond. Dit is natuurlijk nooit de bedoeling, zodat de Hoge Raad hierover duidelijkheid heeft gegeven.

Uitspraak Hoge Raad

Bij uitspraak van 7 juli 2017 heeft de Hoge Raad het volgende besloten

“Bij het kindgebonden budget is sprake van een overheidsbijdrage van aanvullende aard, waarvan het karakter meebrengt dat die bijdrage buiten beschouwing moet worden gelaten bij het vaststellen van de behoefte van de alimentatiegerechtigde aan een uitkering tot levensonderhoud op de voet van art. 1:157 BW.”

De Hoge Raad is van mening dat het kindgebonden budget onder iedere omstandigheid ten goede moet komen aan de kinderen en moet worden gezien als inkomensondersteuning bedoeld voor de kinderen. Het is derhalve niet de bedoeling dat het kindgebonden budget ten goede komt aan de verzorgende ouder, in die zin dat het wordt meegenomen in de berekening van de partneralimentatie. Waar het kindgebonden budget bij de berekening van de kinderalimentatie dus wel wordt opgeteld bij het inkomen van de verzorgende ouder, wordt dit bij de berekening van de partneralimentatie buiten beschouwing gelaten.

Is er bij u in de afgelopen twee jaar partneralimentatie vastgesteld, waarbij rekening is gehouden met het kindgebonden budget dat u ontvangt? Neem dan contact met ons op, zodat wij kunnen kijken of het zinvol is om de partneralimentatie te wijzigen.

Europese Hof maakt korte metten met het flitsfaillissement

Om uit de problemen te komen kan een bedrijf dat in zwaar weer verkeert haar eigen faillissement in gang zetten, waarbij al voordat het bedrijf daadwerkelijk failliet wordt verklaard afspraken worden gemaakt met een nieuwe eigenaar. Na het uitspreken van dit vooraf geregelde faillissement – het zogenaamde flitsfaillissement – kon een bedrijf in het verleden heel gemakkelijk van haar personeel af. Immers, bij een faillissement gelden de regels van de ontslagbescherming niet. Dit is echter verleden tijd.

Uitspraak Europese Hof

In een recente uitspraak heeft het Europese Hof bepaald dat werknemers na een flitsfaillissement (ook wel pre-pack genoemd) net zo goed recht hebben op bescherming als personeel van een onderneming die op een normale manier wordt overgenomen. In dit geval ging het om een procedure die was aangespannen door de Vakbond en enkele medewerkers van een kinderdagverblijf, dat in 2014 failliet ging. Twee dagen na het faillissement ging het bedrijf onder een andere naam verder en werden meer dan 1000 werknemers op straat gezet!

Het hof wijst op Europese regels, waaruit blijkt dat faillissementsprocedures onder toezicht moeten staan van een bevoegde overheidsinstantie. Omdat in flitsprocedures de curator en de rechter-commissaris feitelijk buitenspel worden gezet – het faillissement wordt immers vooraf door het bedrijf zelf geregeld – voldoen deze volgens de rechters niet aan die richtlijn.

Gevolgen

Op basis van deze uitspraak van het Europese Hof moet de Nederlandse rechter nu bepalen waar de ontslagen werknemers precies recht op hebben. Het gevolg van de uitspraak van het Europese Hof is dat alle ontslagen werknemers nu nog officieel in dienst zijn bij het nieuwe bedrijf. Of ze echter (met terugwerkende kracht) recht hebben op doorbetaling van salaris is nog maar de vraag. Als voorwaarde geldt daarvoor immers in ieder geval dat de werknemers destijds kenbaar hebben gemaakt dat ze hebben willen doorwerken.

Conclusie

Hoogstwaarschijnlijk betekent de hiervoor genoemde uitspraak van het Europese Hof het einde van de zogenaamde voorgekookte flitsfaillissementen. De voordelen van zo’n geregeld faillissement ten aanzien van het beëindigen van arbeidsrelaties bestaan immers niet meer.

Heeft u te maken (gehad) met een ontslag na een flitsfaillissement, dan kunt u wellicht alsnog aanspraak maken op een ontslagvergoeding of zelfs uw oude baan terugkrijgen. Neem voor advies en vragen hieromtrent contact op met ons kantoor. Wij zijn u graag van dienst.

De strafbeschikking

Wat is een strafbeschikking?

Een strafbeschikking is een straf die opgelegd wordt door het Openbaar Ministerie voor met name veelvoorkomende strafbare feiten. Indien u een strafbaar feit heeft begaan, kan het derhalve voorkomen dat u zich niet voor de rechter hoeft te verantwoorden maar dat de officier van justitie u een straf oplegt. Een dergelijke strafbeschikking ontvangt u via een brief van het Centraal Justitieel Incasso Bureau.

De officier van justitie kan u een straf opleggen voor overtredingen en misdrijven waarvoor maximaal 6 jaar gevangenisstraf kan worden opgelegd. Te denken valt onder andere aan mishandeling, winkeldiefstal, openbare dronkenschap of rijden onder invloed van alcohol. Het verschil met een veroordeling door een rechter is echter dat de officier van justitie u geen gevangenisstraf kan opleggen.

Wat voor straf kunt u krijgen met een strafbeschikking?

De officier van justitie kan u met een strafbeschikking de volgende straffen opleggen:

  • Een geldboete;
  • Een taakstraf (maximaal 180 uren);
  • Een ontzegging van de rijbevoegdheid motorrijtuigen te besturen (maximaal 6
    maanden);
  • Betaling van schadevergoeding aan het slachtoffer;
  • Een gedragsaanwijzing (bijvoorbeeld een stadionverbod).

Voor veel mensen is het aantrekkelijk om akkoord te gaan met een strafbeschikking, omdat zij daarmee kunnen voorkomen voor de rechter te moeten verschijnen en zij bovendien geen gevangenisstraf opgelegd te krijgen.

Toch is het van belang en in veel gevallen zelfs lonend om niet zonder meer akkoord te gaan met een strafbeschikking.

Wat moet ik doen als ik een strafbeschikking heb ontvangen?

Wij adviseren u na ontvangst van een strafbeschikking meteen contact met ons op te nemen. Het is namelijk mogelijk om tegen deze strafbeschikking in te gaan door verzet in te stellen. De termijn voor het instellen van verzet is echter slechts 14 dagen! Het is dan ook heel belangrijk dat u zo spoedig mogelijk contact opneemt, zodat tijdig verzet kan worden ingesteld. Door het instellen van verzet tegen de strafbeschikking zal de zaak alsnog door een rechter moeten worden beoordeeld. In de praktijk is gebleken dat verzet in veel zaken lonend is.

Uit onderzoek blijkt namelijk dat de rechter de strafbeschikking in een kwart van de gevallen (25%!) volledig vernietigt! Bovendien is gebleken dat de rechter in verzetszaken gemiddeld minder dan de helft van de in de strafbeschikking opgelegde straf oplegt. Een belangrijke derde conclusie van het onderzoek is dat bij ongeveer 60% van de zaken waarin verzet wordt ingesteld, het openbaar ministerie de zaak ook daadwerkelijk voor de rechter brengt. De vraag is dus waar die andere 40% blijft. De kans is groot dat in die zaken het openbaar ministerie de zaak alsnog afdoet met een sepotbeslissing, hetgeen betekent dat er in het geheel geen straf meer wordt opgelegd.

Conclusie:

Het is absoluut zinvol om in verzet te gaan indien u een strafbeschikking ontvangt van het openbaar ministerie. Gelet op ons specialisme op het gebied van strafrecht kunnen wij u daarbij uitstekend van dienst zijn. U kunt voor het instellen van verzet ook in aanmerking komen voor gefinancierde rechtsbijstand. Het enige dat u moet doen is binnen de termijn van 14 dagen na ontvangst van de strafbeschikking contact met ons opnemen.

 

 

“Een ongeluk zit in een klein hoekje”

Een ongeluk…..

“Een ongeluk zit in een klein hoekje” is een veelgebruikt spreekwoord. Dit blijkt in de praktijk vaak te kloppen. De medische, financiële en juridische gevolgen van een ongeluk zijn echter vaak verre van klein.

Letsel

Stel u voor, u maakt op zondagavond na het eten een rustige wandeling, terwijl u bedenkt wat u morgen op uw werk allemaal gaat doen. Bij het oversteken op een zebrapad wordt u aangereden door een personenauto. U loopt ernstig letsel op en ligt enige tijd in het ziekenhuis, waarna u thuis nog verder moet herstellen. Uw loon wordt de eerste tijd doorbetaald door uw werkgever, dus het dringt nog niet helemaal door wat de financiële impact van het ongeval is. Dan beginnen de rekeningen binnen te komen. Een nota van uw zorgverzekering met het verzoek om het jaarlijkse eigen risico in één keer te betalen, apotheekkosten die niet worden vergoed en huishoudelijke hulp die moet worden betaald en die nodig is, omdat u zelf nog geen huishoudelijke taken kunt uitvoeren. En wat moet u doen met het abonnement van de sportschool, waar u nu geen gebruik van kunt maken? De financiële nasleep van het ongeval blijkt al net zo’n energie te kosten als het door u opgelopen letsel.

Schade

De nasleep van een ongeval zoals beschreven kan enorm zijn. Het inschakelen van een letselschadeadvocaat is dan ook geen overbodige luxe om u door het juridische doolhof van de letselschade te loodsen. U moet zich immers concentreren op uw lichamelijke en psychische herstel.

Uw letselschadeadvocaat onderhoudt voor u het contact met de aansprakelijke partij. Dit is bij een verkeersongeval vaak een verzekeringsmaatschappij. De verzekeringsmaatschappij wil allerlei gegevens ontvangen en wil weten welke schade u lijdt en hoe hoog deze schade is. Daarom zet uw letselschadeadvocaat samen met u de schade op een rij. Dit kan, afhankelijk van de duur van uw herstel, een behoorlijke tijd duren en behoorlijk ingewikkeld zijn. Immers, zo lang u nog niet bent hersteld, blijft de schade over het algemeen ook oplopen.

Als u op enig moment volledig bent hersteld of er is een zogenoemde ‘medische eindtoestand’, dan zal uw letselschadeadvocaat samen met u gaan bekijken hoe hoog de schade in totaal is. Het gaat dan niet meer alleen om de verschenen schadeposten waaraan “een bonnetje hangt”, de materiële schade. Ook eventuele nog te verwachten toekomstige schade, omdat u misschien niet meer helemaal zult herstellen dient te worden begroot en vergoed. Natuurlijk komt op dat moment ook het smartengeld, de immateriële schade, ter sprake.

Kosten

De kosten van een letseladvocaat worden in veel gevallen geheel door de aansprakelijke partij betaald. Dit betekent dat een letselschadeadvocaat u zelf niets kost. Hoe dit precies in uw zaak zit, zal in het eerste gratis en vrijblijvende gesprek met u worden besproken.

Vragen?

Hebt u of iemand in uw omgeving letselschade geleden en hebt u hierover vragen? Neem dan gerust contact met mij op.

Laat de huurprijs van geliberaliseerde woonruimte tijdig toetsen!

In Nederland worden huurders vergaand beschermd door de wet, de zogenaamde huurdersbescherming. Ook bij het vaststellen van de huurprijs moet de verhuurder zich houden aan wettelijke regels. Hierbij is van belang of u een niet-geliberaliseerde woonruimte of een geliberaliseerde woonruimte huurt.

Niet-geliberaliseerde woonruimte
Woonruimte is niet-geliberaliseerd als de huurprijs bij aanvang van de huurovereenkomst ligt onder de liberalisatiegrens. Op 1 januari 2016 is deze grens bepaald op € 710,68. De huurprijs wordt berekend aan de hand van een algemeen geldend puntensysteem. Wanneer sprake is van niet-geliberaliseerde woonruimte is de verhuurder gebonden aan alle wettelijke regels met betrekking tot huurprijsvaststelling en -verhoging, waardoor u als huurder dus goed wordt beschermd.

Geliberaliseerde woonruimte
Is sprake van een huurprijs die bij aanvang van de overeenkomst ligt boven de op dat moment geldende liberalisatiegrens, dan is sprake van geliberaliseerde woonruimte. Het moment waarop het contract is ingegaan is bepalend voor het wel of niet geliberaliseerd zijn en alleen huurcontracten die ná 1 juli 1994 gesloten zijn kunnen worden aangemerkt als geliberaliseerd. Staat vast dat sprake is van geliberaliseerde woonruimte, dan is het grootste gedeelte van de wettelijke huurprijsbescherming niet meer van toepassing. Wilt u weten of de door u gehuurde woonruimte geliberaliseerd is? Klik dan hier om na te gaan of de huurprijs bij het aangaan van de huurovereenkomst boven de liberalisatiegrens lag.

Toetsen van de huurprijs
De wet biedt huurders van niet-geliberaliseerde woonruimte de mogelijkheid om de huurprijs op ieder moment te laten toetsen door de huurcommissie. Gebeurt dit binnen zes maanden na het aangaan van de overeenkomst en blijkt de huurprijs te hoog, dan wordt deze met terugwerkende kracht verlaagd en krijgt u terug wat u over de eerste maanden te veel heeft betaald. Een huurverlagingsprocedure na zes maanden kent geen terugwerkende kracht.

Bij geliberaliseerde woonruimte bestaat slechts de mogelijkheid om binnen zes maanden na aanvang van de overeenkomst de huurprijs te laten toetsen door de huurcommissie; daarna staat de huurprijs vast. Blijkt bij de toetsing binnen deze termijn dat de huurprijs eigenlijk onder de liberalisatiegrens ligt, dan volgt huurverlaging en zijn gewoon alle wettelijke regels van toepassing. Is de uitkomst van de toetsing dat de huurprijs aan de hand van het puntensysteem inderdaad boven de liberalisatiegrens ligt, dan is huurverlaging niet aan de orde. In dat geval is definitief sprake van geliberaliseerde woonruimte met alle gevolgen van dien.

Conclusie
Het is nieuwe huurders van geliberaliseerde woonruimte sterk aan te bevelen om de huurprijs tijdig – binnen zes maanden na aanvang van de huurovereenkomst – te laten toetsen door de huurcommissie. De kosten hiervan zijn slechts € 25,00.

Heeft u vragen over uw huurprijs of denkt u dat deze te hoog is? Neem dan contact op met ons kantoor.

 

Nu ook letselschade bij Lina Advocaten…

Sinds mei 2017 zijn bij Lina Advocaten twee letselschadeadvocaten werkzaam, Willem Caudri en Susan Philippi. Beiden zijn gespecialiseerd in letselschade.

Willem Caudri heeft 24 jaar ervaring in dit rechtsgebied en Susan Philippi 10 jaar.

Samen behartigen wij de belangen van slachtoffers van bij voorbeeld verkeersongelukken, arbeidsongevallen en medische fouten, maar ook van mishandeling of van een hondenbeet.

Letsel kan heel naar zijn, ook als het blijvend is. Kosten en schade moeten worden vergoed, maar er kan ook van alles worden gedaan om de gevolgen te beperken en de mensen zo goed mogelijk verder te helpen.

Zorg ervoor dat je zo vroeg mogelijk deskundige begeleiding krijgt, en zorg ervoor dat je die ook echt vertrouwt.

(VERVANGENDE) TOESTEMMING VOOR EEN VAKANTIE MET DE KINDEREN

De zomervakantie komt er weer aan en dat betekent een jaarlijks terugkerend fenomeen bij gescheiden ouders: toestemming krijgen van de andere ouder voor de vakantie met de kinderen. Want met gezamenlijk gezag moeten de ouders samen beslissingen nemen over hun kinderen. Dit geldt bijvoorbeeld voor het aanmelden bij een sportvereniging, een school of voor het aanvragen van een paspoort, maar ook voor een vakantie. Als u gescheiden bent en u met uw kinderen op vakantie wilt, dan heeft u de toestemming van de andere ouder nodig. Met de zomervakantie in aantocht is het belangrijk om dit op tijd te realiseren.

Controles

Autoriteiten zijn tegenwoordig erg alert op kinderen die naar het buitenland vertrekken met slechts één van de ouders. Een autovakantie binnen de EU zorgt niet snel voor problemen, omdat er geen grenscontroles zijn. Bij een vliegvakantie wordt er echter steeds strenger gecontroleerd. Zeker als uw kinderen niet uw achternaam hebben, kunt u worden tegengehouden als u niet kunt laten zien dat de andere ouder toestemming heeft gegeven voor de vakantie. En als u daar eenmaal staat kan er niets meer geregeld worden. Wat moet u doen?

(Vervangende) toestemming

Allereerst is het belangrijk om zelf aan de andere ouder te vragen of hij/zij toestemming geeft voor de vakantie. Als er toestemming wordt gegeven, dan kan dit formulier worden ingevuld. U dient het ingevulde formulier mee te nemen als u op vakantie gaat. Daarbij is het verstandig om ook een kopie van een geldig identiteitsbewijs van de andere ouder mee te nemen.

Weigert de andere ouder om toestemming te geven, dan kunt u de rechtbank vragen om vervangende toestemming te verlenen. Deze procedure neemt vaak enkele weken in beslag, dus het is belangrijk om hier op tijd bij te zijn. In uitzonderingsgevallen kan er op korte termijn een beslissing van de rechtbank worden gevraagd, maar dan moeten er wel goede redenen zijn waarom er zo kort van tevoren om vervangende toestemming wordt gevraagd.

Belangenafweging

De rechtbank maakt altijd een belangenafweging tussen de belangen van u en uw kinderen bij de vakantie en het belang van de andere ouder bij weigering van de toestemming. Wilt u bijvoorbeeld onder schooltijd op vakantie met uw kinderen, dan kan dit een reden zijn voor de rechtbank om vervangende toestemming te weigeren. Een steeds vaker voorkomend argument is het risico op terroristische aanslagen bij bepaalde vakantiebestemmingen. Hoewel hierover nog niet veel (gepubliceerde) uitspraken zijn, lijkt het erop dat de rechtbanken aanknopen bij het reisadvies van de overheid. Geldt er geen negatief reisadvies, dan gaan de rechtbanken ervan uit dat het risico voor dat land niet groter is dan elders. In die gevallen zal de vervangende toestemming naar verwachting worden verleend.

Eenhoofdig gezag

Heeft u overigens het eenhoofdig gezag, dan mag u alleen beslissen over de vakantie. Om problemen te voorkomen is het echter wel verstandig om een uittreksel uit het gezagsregister mee te nemen, zodat u dit kunt laten zien.

Vragen?

Heeft u vragen over het voorgaande of weigert uw ex-partner om toestemming te geven voor de vakantie? Neem dan gerust contact met mij op.

‘Pluk ze!’

Regelmatig is in de krant te lezen dat de politie bij een doorzoeking van een woning geld en goederen in beslag neemt, zoals dure auto’s of jetski’s. Het kan zijn dat de politie de goederen in beslag neemt om onderzoek te doen, bijvoorbeeld omdat een goed gebruikt is bij een strafbaar feit. Het komt echter ook voor dat iets in beslag wordt genomen omdat de politie meent dat de rechter (naast een gevangenis- of taakstraf) een ontnemingsmaatregel wil opleggen.

Wat is zo’n ontnemingsmaatregel?

Een ontnemingsmaatregel is een maatregel (en dus geen straf) die de rechter kan opleggen als iemand veroordeeld wordt voor een misdrijf. Het doel van die maatregel is “het herstellen van de situatie zoals die was voor het plegen van het strafbare feit’’. De bedoeling is dus dat iemand geen geld verdient aan crimineel gedrag. “Plukze wetgeving” is de populaire naam voor de regels die het mogelijk maken om geld en goederen af te pakken.

Een voorbeeld:

Iemand heeft een hennepplantage. Voordat die plantage aan het licht komt heeft deze persoon aan eerdere oogsten al geld verdiend. Deze persoon wordt gedagvaard en moet bij de rechter komen voor de hennepplantage en de ontnemingsvordering: de Officier van Justitie vordert dat de rechter het geld dat deze persoon heeft verdiend aan de plantage, moet betalen aan de Staat.

Hoe stelt de rechter de hoogte van het bedrag vast?

Bij een hennepplantage berekent de rechter op basis van een aantal vaste waarden/getallen wat er verdiend is. Als basis daarvoor gebruikt de rechter de BOOM (Bureau Ontnemingswetgeving Openbaar Ministerie) rapportage. Deze rapportage gaat uit van een aantal standaard gegevens, bijvoorbeeld een vaste hoeveelheid hennepopbrengst per oogst per plantje. Belangrijk is dan natuurlijk wel dat met voldoende zekerheid kan worden vastgesteld dat er sprake is van eerdere oogsten! Hierin speelt de advocaat vaak een belangrijke rol.

Van de opbrengst mogen vervolgens de kosten nog worden afgetrokken (kosten voor stroom, voor het gebruikte materiaal, stekjes, etc.). En dan komt er onder de streep een bedrag uit: het wederrechtelijk verkregen voordeel. De rechter kan dan bepalen dat dit bedrag dient te worden betaald, naast een eventuele straf.

Bij andere misdrijven is het soms niet zo makkelijk om vast te stellen wat er precies verdiend is. De rechter mag daarom het verdiende bedrag vaststellen zonder dat daarvoor heel veel bewijs nodig is. Ook kan de rechter uitgaan van een eenvoudige “kasopstelling”; een berekening waarin staat wat iemand (legaal) in een bepaalde periode heeft verdiend en wat hij in diezelfde periode heeft uitgegeven. Is er meer geld uitgegeven dan verdiend en heeft die persoon geen verklaring voor het geld? Dan kan de rechter aannemen dat het geld met criminele activiteiten is verdiend en kan het leiden tot een ontnemingsvordering.

Hoe ga ik dat betalen?

Als de rechter bepaald heeft dat er sprake is van wederrechtelijk verkregen voordeel en dat dit moet worden betaald dan is het Centraal Justitieel Incasso Bureau (CJIB) verantwoordelijk voor het innen van het geld, net als bij bekeuringen.

Is er eerder beslag gelegd op contant geld, auto’s of andere goederen? Dan mag het CJIB dit geld gebruiken om de vordering te betalen. Ook mogen goederen worden verkocht om daarmee de vordering te voldoen.

Betalingsregeling?

De rechter kan geen betalingsregeling toestaan (wat een rechter overigens wel kan bij een boete). Het CJIB kan wel een regeling treffen. Wil iemand gewoon niet betalen? Dan kan de officier van justitie iemand in gijzeling nemen: in de gevangenis gooien, met het idee dat iemand wel zal gaan betalen na een tijdje gezeten te hebben.

Het is duidelijk dat het geen eenvoudig onderwerp is en dus is het van belang om te zorgen voor goede rechtsbijstand, een advocaat die weet waar hij over praat. Daarvoor bent u bij ons aan het juiste adres.