|
Wetsvoorstel Wet Gemeentelijke Schuldhulpverlening |
|
woensdag 20 juli 2011 16:02 |
Wetsvoorstel Wet gemeentelijke schuldhulpverlening
Regelmatig komen huurders in de financiële problemen. Indien de huur (regelmatig) niet tijdig wordt voldaan respectievelijk wanneer er sprake is van een aanzienlijke huurschuld, kan een verhuurder via de kantonrechter ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van het gehuurde vorderen .
Door nieuwe wetgeving kan in de toekomst het College van Burgemeester en Wethouders van een gemeente de rechtbank verzoeken aan de schuldenaar (bijvoorbeeld een huurder met een hoop schulden) tijdelijk uitstel van betaling te verlenen ten behoeve van de schuldhulpverlening. Dit onderwerp is op 1 juli 2011 besproken in de tweede kamer door een amendement van CDA en PVDA. De Tweede Kamer stemde in met het wetsvoorstel Wet Gemeentelijke Schuldhulpverlening.
Deze Wet legt de uitvoering van schuldhulpverlening nu definitief neer bij gemeenten. De gemeente krijgt de plicht om haar inwoners hulp te bieden bij het oplossen van (problematische) schulden. Het College van Burgemeester en Wethouders kan de rechtbank verzoeken een incassostop (een moratorium) van zes maanden af te kondigen. Deze termijn creëert "rust" en geeft aan mensen de mogelijkheid om hun financiële problemen aan te pakken en regelingen te treffen met schuldeisers. De periode van zes maanden ('de afkoelingsperiode") moet ervoor zorgen dat een schuldregeringsvoorstel tot stand komt. Tijdens deze periode kunnen schuldeisers geen beslag leggen op bijvoorbeeld het inkomen.
De afkoelingsperiode geeft schuldhulpverleners de gelegenheid om het inkomen van de schuldenaar in een maximale termijn van zes maanden te stabiliseren. Doordat geen beslag kan worden gelegd, wordt een opeenstapeling van (nieuwe) schulden voorkomen.
Bij algemene maatregel van bestuur kunnen aan de schuldenaar extra verplichtingen worden opgelegd. Een belangrijke voorwaarde in de Wet is tevens dat er geen sprake mag zijn van recidive en de schuldenaar gemotiveerd is zijn financiële problemen aan te pakken. De Wet biedt immers maar één mogelijkheid om een afkoelingsperiode aan te vragen.
In de Wet staan termijnen waaraan gemeenten zich moeten houden. Naast de zes maandentermijn voor het moratorium, dient binnen vier weken na de aanmelding van een klant een intakegesprek te hebben plaatsgevonden met een schuldhulpverlener. Is er sprake van een crisissituatie, zoals afsluiting van elektra of water, een dreigende huisuitzetting vanwege huurachterstand of (dreigende) opzegging van de zorgverzekering, dan dient dit intakegesprek binnen drie dagen plaats te vinden.
Wanneer het moratorium en de gewijzigde Wet in werking treedt is op dit moment nog niet bekend. De Wet moet nog door de Eerste Kamer worden goedgekeurd. Het is de verwachting dat ook de Senaat het wetsvoorstel, zoals dat nu is aangenomen door de Tweede Kamer, zonder verdere aanpassingen zal aannemen.
Verandering rechterlijke organisatie
Bij Koninklijk Besluit is bepaald dat met ingang van 1 juli 2011 enkele onderdelen van de Evaluatiewet modernisering rechtelijke organisatie in werking zullen treden.
Door de wetswijziging zal de kantonrechter zaken gaan behandelen met een geldelijk belang tot € 25.000,- in plaats van de huidige € 5.000,-. Tot en met heden was de rechtbank bevoegd van een dergelijk geschil kennis te nemen. Ook consumentenkoopzaken (ongeacht de hoogte van de vordering) en vorderingen op grond van de Wet op het Consumentenkrediet (tot € 40.000) vallen vanaf 1 juli onder de competentie van de Kantonrechter. Door deze wijziging is ook de hoogte van het griffierecht gewijzigd. De tarieven kunt u raadplegen op www.rechtspraak.nl.
Juli 2011 |